homepage    
email Op zoek naar verlichting
Verslag van een voettocht naar Santiago de Compostela in 1999
Yvonne Hontelé

INHOUD
Klik door op cursieve links

Op zoek naar verlichting
De voorbereidingen
Paklijst

Praktische informatie, Route en Links
1e etappe: Vessem - Moulin de Ferrières
2e etappe: Moulin de Ferrières - Charleville - Mézières
3e etappe: Fontaine Olive (Charleville) -
Vieux- les-Asfeld

4e etappe: Vieux-les Asfeld - Troyes
5e etappe: Troyes - Bazoches (via Vézélay)
6e etappe: Bazoches - Le Mayet-de-Montagne (via de Morvan)
7e etappe: Le Mayet - Le Puy-en-Vélay
8e etappe: Le Puy - Conques
9e etappe: Conques - Lectoure

10e etappe: Lectoure -Agen - Parijs -
Schiedam en nawoord







Dit verslag is vlak voor mijn vertrek geschreven. De praktische informatie, de paklijst en de links zijn achteraf bijgewerkt. U kunt ook doorklikken naar de definitieve route en het reisverslag per etappe.


OP ZOEK NAAR VERLICHTING

Na 15 jaar dromen en 1 jaar voorbereiding is het eindelijk zo ver. Op 1 februari 1999 ga ik beginnen aan de langste wandeling van mijn 57 jarige leven. Twee en een half duizend kilometer lopen en nog wel midden in de winter? Is dat niet een beetje overdreven? Ik ben helemaal niet godsdienstig, wel tamelijk lui en ik houd van uitslapen, lekker eten, mijn privacy, mijn katten, mijn muziek, mijn boeken, surfen op het net en comfortabel thuis naar een film kijken. Ik zit graag op de bank met een goed glas wijn en wat Franse kaasjes. Ik wandel ook graag maar als ik met niemand heb afgesproken, dan blijf ik bij slecht weer lekker binnen. Dus moet ik nu minstens 10 kilo afvallen en zou mijn conditie ook een stuk beter kunnen. Met volle bepakking in de Canadese Rockies een ruige trektocht maken, dat is alweer 10 jaar geleden en dat komt nooit meer terug. Tegenwoordig loop ik liever door Ierland en slaap dan bij een gezellige Ierse familie met Bed & Breakfast. Of ik loop door Marokko met plaatselijke gidsen en de bagage op muilezels. Toch ga ik er aan beginnen, samen met Ineke, Nel en Greet, ook allemaal op weg naar de 60. De rugzak weegt zo'n acht kilo of meer. Waarom, waarom, waarom? Ik weet het niet, maar als ik ooit in Santiago aankom, dan kan ik het u ongetwijfeld vertellen.
terug naar inhoudsopgave


DE VOORBEREIDINGEN


Welke route?
Inmiddels zijn we al bijna een jaar lang driftig aan het voorbereiden. Hoe zullen we lopen? Vanuit Nederland tot aan Le Puy is geen officiële pelgrimsroute. Er zijn in Noord-Frankrijk wel een paar GR's (Grote Routepaden of Grande Randonnées) die naar het zuiden voeren, maar er zijn geen beschrijvingen van en er is weinig onderdak te vinden.
De meeste pelgrims nemen daarom een tentje mee, maar een rugzak met tent, slaapzak, kookgerei en dergelijke willen (kunnen?) we niet meer dragen. Na een pelgrimsweekend in Vessem ontmoette ik een vrouw die zonder tent had gelopen. Zij had een heleboel adressen: jeugdherbergen, kloosters, pensions, hotels en gîtes (jeugdherberg-achtige onderkomens). We kozen voorlopig voor haar route: bij het klooster Achelse Kluis (niet ver van Vessem) de grens over, dwars door België naar Namen en de Maas af via Dinant naar Givet. Dan recht naar beneden via Troyes, Auxerre en Vézélay naar Le Puy. Daarna wordt het een stuk makkelijker, want dan loop je tot de Pyreneeën via de GR 65 en daar zijn boekjes en kaartjes van, in het Frans of in het Engels. Daar staat alles in, gîtes, winkels, vervoer enzovoort.
In Spanje is de Camino de Santiago verder heel goed aangegeven en kun je overal heel goedkoop slapen in refugios.
Achteraf, nu ik meer weet, zou ik ervoor kiezen om de reis in twee etappes te maken. Vooral tot Vézélay was het een eenzaam (en zeer koud en nat) avontuur, dat ik toch niet graag had willen missen. De vrij comfortabele overnachtingen, het goede eten, meestal in pensions, een enkele keer in klooster, gîte of jeugdherberg, plus de gastvrijheid van de Fransen, waren voor mij een goed tegenwicht tegen het afzien. Ik ben op 1 februari vertrokken uit Vessem en volgde
deze route.

We kochten bij Pied á Terre een boekje met de gîtes d'étape en bij de ANWB een heel dik boek met de Chambres d'Hôte (pensions), alles in Frankrijk.
We vonden gidsen van de jeugdherbergen in België en Frankrijk en zelfs een lijst van natuurvriendenhuizen.
Voor België vroegen we overnachtingsadressen aan bij de provinciale VVV's. Voor Spanje bestelden we de pelgrimsgids van de Camino (alleen het Spaanse deel) bij het Genootschap van St. Jacob (zie links).
We legden de Franse 1:100.000 topografische kaarten op tafel en markeerden alle plaatsen langs en rond onze route waar je kan slapen.
Al gauw bleek dat de keuze beperkt is en dus wordt de route bepaald door de mogelijke slaapplaatsen. Je zal toch maar 25 km met sneeuw of regen gelopen hebben en nergens onderdak vinden! Als je alleen bent, dan wil het meestal wel lukken, maar met z'n vieren zullen we daar maar niet op rekenen. We gaan dan ook proberen om naar alle adressen zeker twee dagen van tevoren op te bellen.
En tenslotte willen we in juli en augustus niet in de Spaanse refugios slapen omdat ze dan vol zitten met scholieren die tot diep in de nacht feestvieren. We doen er zeker 4 ½ tot 5 maanden over en dus gaan we zo vroeg al op stap.

Wat neem ik mee?
We willen zo weinig mogelijk dragen, maar een slaapzak moet mee, voor de gîtes en refugios. Dus kocht ik een donzen mummiemodel van 1000 gram, vanwege de uitverkoop afgeprijsd. Jarenlang heb ik wandeltrektochten begeleid en in die tijd is Yvonne minimale paklijst ontstaan, die ik ook mijn medereizigsters ter hand heb gesteld. We doorzochten onze kasten en ondernamen een strooptocht langs (berg)sportwinkels, om toch maar de lichtste uitrusting bij elkaar te sprokkelen. De weegschaal stond dagelijks klaar; het werd een soort obsessie, dat grammen jagen. Hoeveel t-shirts en ondergoed heb ik nodig om niet te gaan stinken, waar koop ik kleine tubes tandpasta, wel of geen voetcrème/slaapmatje/dikke fleece-trui/ thermosfles/brandertje mee enzovoort. Ik lag er soms wakker van. Gelukkig hoorden we van andere pelgrims dat zij regelmatig van alles poste restante hebben laten nasturen: post, kleding, kaarten, boekjes, lekkers van thuis enzovoort. Dus als ik uit m'n enige wandelbroek scheur, dan kan ik een andere laten opsturen. Die ligt al klaar.
Met de schoenen is het moeilijker, welke zolen gaan 2500 kilometer mee? Geen enkele, zegt de gespecialiseerde schoenmaker Van der Sluis uit Ommoord. Dus vertrek ik op nieuwe zolen en laat zo nodig de hakken onderweg vernieuwen. Zie paklijst.
Achteraf bleek dat ik de hele route best op mijn Meindl Borneo's had kunnen lopen.

Ruzie
Tot onze schrik hoorden we van de meeste pelgrims dat zij onderweg ruzie kregen en alleen verder gingen. Dus deden we nog een hele dag een soort training in het voorkomen van conflicten, want we zijn heel verschillende types. En lach niet, we hebben al onze afspraken op papier gezet want ik weet uit ervaring dat ik heel onredelijk kan zijn als ik te moe, te warm, te koud of te nat ben, het pension gesloten of mijn bed te hard is en VOORAL als men mij te vroeg wakker maakt! We gaan het proberen en we vinden het een uitdaging om met z'n vieren in Santiago aan te komen.

O jé, die shin splint!
In 1995 kreeg ik op het Pieterpad een shin splint, een irritatie van het scheenbeen. Teveel asfalt denk ik nog steeds. Ik was er 3 weken zoet mee. Twaalf dagen voor mijn vertrek begon het probleem ineens weer. Ik had dan ook een hele dag stevig doorgelopen op asfalt, met Hanwag type B bergwandelschoenen. Tot die tijd had ik alles gelopen op mijn geliefde Reeboks (Nijmegen), zonder enig probleem. Helaas zijn ze niet echt geschikt voor de pelgrimstocht: te laag en te weinig steun bij het bergwerk. Meenemen in de rugzak en op het asfalt aantrekken zie ik niet zitten; te veel gewicht op mijn arme oude rug. Wat nu! Ik kon er niet van slapen. Een hele dag rende ik door Rotterdam, van Bever naar Slee naar diverse sport- en orthopedische winkels en tenslotte naar Demmenie. Een vriendin rende mee als morele steun, want ik was bijna buiten zinnen van ongerustheid. Bij de laatste vond ik tenslotte passende schoenen en dat is heel moeilijk want ik heb maat eendenpoot: naar voren zeer breed uitlopend. Het werd een Meindl type B, maar vrij licht en soepel. Mijn podotherapeut zei jaren geleden al dat ik met mijn probleemvoeten beter kon gaan fietsen, maar ik ben nu eenmaal een hartstochtelijk wandelaar.
Ik trof bij Demmenie ook een medewerkster die hetzelfde probleem had gehad. Ze bevestigde dat een te zware schoen op asfalt de oorzaak kan zijn en gaf mij warming-up oefeningen. Vlak voor je gaat lopen de voeten ronddraaien, op en neer bewegen (beurtelings met de teen neerwaarts en opwaarts) om de doorbloeding van het scheenbeen te verbeteren. Je moet vooral op asfalt in een rustig tempo beginnen, voldoende rust nemen en elk uur even stoppen en je voeten losschudden. Ze deed ook voor hoe je het beste kunt lopen maar dat is moeilijk te beschrijven. Je moet in elk geval je voeten soepel neerzetten en goed afwikkelen. Op een pelgrimsbijeenkomst hoorde ik nog dat velen dit probleem hebben, dus ik ga braaf elke morgen die oefeningen doen, evenals de rugoefeningen die ook hard nodig zijn. Wegens luiheid is het daar nog niet van gekomen, helaas. Sindsdien heb ik wel een stuk beter geslapen.

En nu is er echt niets meer dat ik kan veranderen; ik zal het ermee moeten doen, met deze uitrusting, gezondheid, gewicht (nog 10 kilo te veel) en conditie. Het moet maar gaan. Zo niet, dan heb ik wat geld over om onmiddellijk naar de Canarische Eilanden af te reizen en mijn verdriet te verdrinken c.q. -eten.
De rugzak staat klaar en we hebben in december al een paar dagen met bepakking geoefend; de mijne weegt definitief niet meer dan 7 kilo (+ 1 liter water). HEILIGE JACOBUS we komen er aan!

Wordt vervolgd
Yvonne Hontelé, Schiedam, 20 januari 2001/ bijgewerkt januari 2003.


terug naar inhoudsopgave en e-mail link!

. . . . . .