homepage    
  9: Conques - Lectoure
     


1 en 2-5 Rust in Conques
3-5 Décazeville (20 km + 334 m)
4-5 Chapelle Guirande (13 km + 350 m)
5-5 La Casssagnole (20,5 km + 200 m)
6-5 Gréalou (17,5 km + 170 m)
7-5 Cajarc (12 km + 100 m + RUST)
8-5 Limogne (18 km + 260 m)
9-5 Vaylats (12 km + 150 m)
10-5 Cahors (24 km + 150 m)
11 en 12-5 RUST (ziek) in Cahors
13-5 L’Hospitalet (14,5 km + 200 m)
14-5 Montcuq (20 km + 100 m)
15-5 Durforth (22 km + 500 m)
16-5 Moissac (17 km + 100 m)

17-5 Auvillar (21 km + 200m)
18-5 Miradoux (13 km + 100 m)

terug naar inhoudsopgave
etappe 8
. . . etappe 10

19-5 Lectoure (20 km)
20-5 RUST . . totaal ca. 1.565 km


Lees hieronder verder

Wie heeft Beertje gezien?
In Cahors kreeg ik verdrietig nieuws van het thuisfront. Mijn 10 jaar oude Cyperse kater Beertje is al rond 1 april verdwenen. Sinds begin januari logeerde hij met zijn moeder Neçla, die ik in 1989 in Turkije heb gevonden, bij Lydia in De Steeg bij Arnhem. Daar werden ze goed verzorgd, dat wil zeggen vreselijk verwend en ze hadden het reuze naar hun zin. Al twee maanden gingen ze naar buiten, want Beertje is een echte buitenkat; binnen is hij niet te houden. Ze kwamen 's-avonds braaf aanlopen als Lydia ze riep. Hij is een stevige (niet dikke), zwart/beige/grijs gestreepte, gecastreerde kater. Hij heeft een wat brede neus, maar niet zo’n dikke katerkop. Waarschijnlijk heeft hij een rose halsband om, met het telefoonnummer van Lydia en van mij. Voor zijn achterpoten hangt onder zijn buik wat los vel, zoals bij zoveel katers. Hij heeft een wat schorre miauw en iedereen mag hem aaien en oppakken. Voor Lydia’s verjaardag bracht hij nog een levende goudvis mee. Wie weet is hij aan het zwerven, op zoek naar mij, dus naar Drenthe (Uffelte) of Schiedam. Lydia doet al het mogelijke om hem op te sporen, Amivedi, advertenties, brieven bij de omwonenden enzovoort. HEEFT U HEM GEZIEN? (Op 31-5-1999 was hij nog niet terug). Ik ben er kapot van (en Lydia is dat ook), al kan zoiets nu eenmaal gebeuren met zo’n buitenkat als Beertje. Het heeft geen zin om naar huis te gaan, maar het kost me moeite om door te gaan, al dwing ik mezelf. Elke dag denk ik aan die eigenwijze vrijgevochten kater, hoe hij altijd vol vertrouwen naar mij opkijkt en zich laat knuffelen. Vertrouwen dat zijn etensbakje vol zal zijn, maar ook dat hij altijd een thuis heeft en dat niemand hem ooit kwaad doet. De tranen lopen over mijn wangen, heeft iemand hem kwaad gedaan? Is hij overreden?

Ik heb een onchristelijke gedachte. God is een onzichtbare maar reële aanwezigheid zei een priester tijdens de pelgrims-mis in Le Puy, maar ik heb dat nog nooit ervaren. Maar Beertje en zijn moeder zijn al 10 en 11 jaar mijn levensgezellen, balsem voor mijn ziel, zichtbaar èn reëel aanwezig en met een aaibaarheidsfactor van 100%. En dat kan ik van god niet zeggen. Toch denk ik maar een gebedje, baat het niet, het schaadt ook niet. Ik wil wel ruilen: ik een flinke blessure en de reis niet afmaken en Beertje terug. Al kan ik nooit meer wandelen en/of reizen, als die kat maar terugkomt. Je weet maar nooit.

Regen zonder grenzen
Terug naar de reis, want pelgrims-in-spé willen daar meer over weten, zo blijkt uit de brieven die ik via Frank per e-mail en poste- restante ontvang. Op 3 mei vertrok ik met Riet van den Berge uit Conques. We liepen in de stromende regen en midden in een kleine optocht van pelgrims. Een somber en plechtig gezicht, al die donkere capes en stokken. Op het zeer steile rotspaadje, direct buiten het stadje, schreed de processie noodgedwongen langzaam voort. Ik loop niet met een stok, maar daarover later. Helaas wordt mijn gorte-tex regenjack met dit kletsnatte weer behoorlijk klam van binnen en mijn 3 maanden oude Tenson m.p.c. regenbroek lekt en vertoont slijtplekken. Maar een cape blijkt nog minder bescherming te bieden! Wat nu, een paraplu? Ook daarover later. Ook de tweede dag was kletsnat en modderig en we zagen niets van het mooie landschap. Tot onze schrik was de gîte bij Chapelle Guirande stinkend vies en vochtig, zelfs de matrassen stonken. VERMIJDEN!

Op 5 mei werd het eindelijk droog en kon je het landschap zien, niet spectaculair maar met veel groene weiden, bossen, bloemen, boerderijen en lieflijke dorpjes met aardige mensen. De vogels zonden het hoogste lied. Daarna bleef het nog een dag of tien mooi weer, al waren de paden erg modderig. Op weg naar Gréalou en Cajarc gaat de route over een karst-plateau (kalksteen) met onderaardse riviertjes en veel bronnen. Riet las voor uit de Nederlandse vertaling van de topo-guide, die gemaakt is door TOPO AKTIEF uit Nijmegen (024-3606427). Ze wees me op kastelen, elegante stenen duiventillen en allerlei andere historische bezienswaardigheden. Door haar kreeg de reis een extra dimensie, want ik ben veel te lui om dat allemaal op te zoeken. In Conques kwam ik door haar van alles te weten over de kathedraal en het gouden beeld van Sainte Foy. Ook stapten we samen op een ander apéritief over, van de rode Martini naar de (gele) Gentiane, bij voorkeur te drinken onder een parasol, op een zonnig terrasje. In Nederland te koop onder de merknaam Suze. En zolang Riet vakantie had, bleef de zon schijnen; direct daarna was de zomer in Zuid-Frankrijk voorbij.

Pelaya de onwillige pakezelin
Er is zoveel te vertellen dat ik een keuze moet maken. Zo was er een Nederlands echtpaar dat bijna ruzie kreeg omdat de vrouw het niet fijn vond om met een heel luidruchtige, internationale groep pelgrims mee te lopen. Het heeft er even om gespannen, maar ze kwamen eruit en samen zijn ze in goede harmonie verder gegaan. Later hoorde ik dat ze naar Rome op weg waren. Al eerder liep ik dagenlang met Claude uit Aix-en-Provence, die steeds maar problemen heeft met haar ezelin Pelaya. Die laatste heeft helemaal geen zin om met de bagage van haar bazin van Le Puy naar Santiago te lopen. Volgens de boeren hier is Pelaya veel te teer gebouwd en iedereen raadt Claude aan, om de ezelin door haar man te laten ophalen en zelf met een licht rugzakje te gaan lopen. Ze zet koppig door, maar al haar energie gaat naar het verzorgen en opjagen van de ezelin en elke avond is ze doodmoe en niet erg gelukkig. Hoe zal dat verder gaan? En dan die oude heks van het kruidenierswinkeltje in Gréalou, waar bijna niets te koop is behalve wat overjarige kaakjes. Zien jullie dat bordje niet, dat je moet bellen ! Ze is bekend en berucht bij vele pelgrims. Ook in Gréalou is een leuk hotelletje, waar we op een zonnige middag in de tuin wel twee Gentianes dronken, terwijl de baas het hele huis op z’n kop zette om pinda’s bij de borrel te vinden. Dat is geen Franse gewoonte, die pinda's. We hebben er heerlijk gegeten en geslapen. Of het lieve oude vrouwtje in St. Jean-de-Laur van wie ik bronwater kreeg, want er zit zoveel chloor in het kraanwater. In veel dorpen zijn bronnen of kranen en je kunt overal om water vragen. Hoogtepunt van deze etappe was het enorme klooster in Vaylats, waar veel pelgrims overnachten. Nu is het een rusthuis voor bejaarde nonnen. We kregen een prima 2-persoons kamer, het eten was verrukkelijk en de wijn vloeide onbeperkt. En dat voor Frs. 80, niet te geloven!

Ziek, zwak en akelig!
Bij Cahors ging alles fout. Op weg er naartoe ineens vreselijke rugpijn, buikpijn, misselijk en ik kon geen stap meer verzetten, net als 2½ maanden geleden in Noord-Frankrijk. Ik heb 8 km met een vrouw gelift die voor de tweede keer in Nederland wil gaan fietsen. Virusinfectie zei de dokter en schreef een zak vol chemische pillen voor. De volgende dag wou ik ze net weggooien toen de kramp en de misselijkheid weer begonnen. Dus heb ik ze maar geslikt en mezelf voorgehouden dat het allopathische geneesmiddelen zijn, dat klonk al een stuk minder ongezond. Later bleek dat veel pelgrims zo’n gastro-enteritis (?) hebben gehad. Een vervuilde bron? En toen kwam het bericht dat Beertje was weggelopen. Zelfs de vele brieven en chocola die ik per poste- restante kreeg en waar ik ontzettend blij mee was, konden mijn verdriet niet verzachten. Gelukkig dat ik op dat moment niet alleen was. Met Riet maakte ik een boottocht rond Cahors (aanbevolen), terwijl de allopathische pillen hun werk deden. Niet aanbevolen en zelfs gevaarlijk is de stijging van de GR 65, direct na Cahors; loop maar een stukje om.

Vlinders, wilde rozen, tulpen uit Holland en een levensgevaarlijke hond
Wij klommen dus wel met handen en voeten over dat steile paadje naar de hoogvlakte, vandaar die waarschuwing in de vorige alinea. De zon bleef schijnen. Na L’Hospitalet nam Riet afscheid en liep ik weer alleen, treurend om het verlies van mijn kat. De vogels zongen alsof ze me wilden troosten en ik zag zilver glanzende veldjes vol gras dat op engelenhaar leek. Het landschap was weer heel anders dan voorheen en de sentiers blancs (witte paden) op de Causse, de kalkstenen hoogvlakte na Cahors, kunnen ontzettend heet zijn. Ik liep tusssen kleine eikebomen, buxussen, jeneverbessen, heerlijk geurende wilde rozen en andere bloemen en zag schitterende blauwe velden vol met bloeiend vlas. In de dorpjes zag je natuurstenen huizen met tegen de gevel bloeiende rozen en andere struiken. Madame Daudet in L’Hospitalet kweekt elk jaar prachtige rode tulpen en als ze een boeket maakt voor de kerk, vraagt iedereen hoe kom je aan die mooie bloemen? Ze kreeg de bollen van een Nederlands pelgrims-echtpaar dat ooit bij haar overnachtte. Die hebben hun tocht later per auto overgedaan, om geschenken te brengen aan iedereen die hen gastvrij had ontvangen.
Over die hitte had ik al gauw niets meer te klagen, want het ging weer onweren en hozen en de blubber kwam met dubbele zuigkracht terug. Tot aan Lectoure dacht ik dagelijks: you know, the nearer your destination, the more you slip sliding away (Paul Simon). Wat een droefenis, mijn nieuwe K-Way regenjack en de oude regenpijpen lekten door. Gelukkig maar dat ik een synthetisch t-shirt en ondershirt aan had, die bleven isoleren en prettig aanvoelen.

Tot overmaat van ramp werd ik kort na Moissac op de openbare weg (!) door een grote, agressieve herdershond aangevallen. Hij kwam aanlopen en beet onmiddellijk twee keer in mijn linker achillespees. Toen ik me omdraaide om hem af te weren, sprong hij bovenop me en probeerde in mijn keel te bijten. In doodsangst lag ik op de grond en de eigenaar kon nog net op tijd ingrijpen. Zelden ben ik zo ontzettend bang geweest, zelfs niet toen ik in 1985 tijdens een toerski-tocht in een lawine werd meegesleurd. Ik huilde van ellende en was helemaal de kluts kwijt. Nooit eerder ben ik bang geweest voor honden. Ik werd binnen gehaald en de beet bleek niet door, wel twee grote rode plekken en gaten in de regenpijpen. Ja, het was een agressieve hond en ze hadden per ongeluk het hek een paar minuten opengelaten. Nee, ik wou niet mee eten, ik wou weg. Ik kreeg een stok mee om me voortaan te verdedigen, maar ben daar niet aan gewend en het liep niet lekker.
Het bleef gieten en verdoofd van ellende, half blind door de stromende regen op mijn bril en vervuld van zelfmedelijden strompelde ik door de blubber. Honderd meter dalen en dan weer honderd meter stijgen, ik wist het niet meer. Natuurlijk ging ik onderuit, dat kon er ook nog wel bij. De stok heb ik in de rivier gegooid, ik werd er gek van en hij deed me steeds weer aan het ongeluk denken. Ik overwoog om een paraplu te kopen tegen regen en honden en misschien wel een honden-afweerfluitje. Rond drie uur werd het droog en om vier uur droop ik de gîte in Auvillar binnen, een oude pastorie waar ik een kamertje alleen kreeg. Het nieuws was me vooruit gegaan, want de eigenaar van de hond had naar het stadhuis gebeld, voor het geval ik een dokter nodig zou hebben. Dus werd ik getroost door de andere pelgrims, eerst met een grote kop thee en daarna met eten op het balkon. Want inmiddels was het prachtig weer geworden. We hadden uitzicht op een mooie zonsondergang en een kerncentrale die witte rook uitbraakte. Weten we eindelijk waar al die grote witte wolken vandaan komen zei Denyse, die uit de buurt van Troyes komt. Helaas, de zwaluwen vlogen laag.

Warme chocolademelk en voetblessures
De gîtes bevallen goed. Het is er (nog?) niet te druk of rumoerig en ik word als het ware opgenomen in de trein van pelgrims die langs deze route trekt. Het zijn er gemiddeld 15 per dag, zoals Denyse uit Parijs, haar reisgenote Denise uit de Pyreneeën, Ricardo uit Mexico, Giacomo uit Italië, John uit Engeland, Alexei uit Zwitserland en mijn inmiddels dierbare vriend Jacques uit Nantes. Als ik ergens voor een café een groene geruite paraplu zie staan, dan zit Jacques daar, zoals na die aanval van die hond, toen hij mij troostte met opbeurende woorden en een beker chocolat chaud. Stel je voor, warme chocolademelk in mei in Zuid-Frankrijk! Maar met dit beestenweer drinkt iedereen het. Je komt elkaar elke dag tegen en je kunt zelfs niets verliezen of een ander raapt het weer op. Zo bracht Denyse mijn favoriete balpen weer terug en Claude uit Parijs vond ergens op het toilet het buiktasje van An Remmerswaal uit Vlaardingen, dat Riet en ik weer terug konden bezorgen. Ik ben alleen en ook weer niet en op dit moment heb ik die andere mensen hard nodig, want door de verdwenen kat en de agressieve hond ben ik aardig in de put geraakt. We koken vaak samen en bespreken elkaars voetblessures; bijna iedereen heeft er last van. Ik heb al sinds meer dan twee maanden een licht ontstoken rechter achillespees. Met ontsteking-remmende crème wordt het niet erger, maar ook niet minder. Driemaal ontmoette ik pelgrims bij wie het veel erger was en die konden niet lopen van de pijn. Voor de symmetrie heb ik nu links een forse blauwe plek van de hondebeet, die hopelijk met arnica binnen de perken blijft. Vandaag (20 mei), na 7 dagen lopen, neem ik rust voor voeten en rug, want nog steeds heb ik ‘s middags rugpijn, al weegt de rugzak nooit meer dan 8 kilo. Zal dat ooit overgaan? Elke morgen doe ik oefeningen, kuiten strekken, scheenbenen opwarmen, rug ontspannen en versterken.

Angst is een sterke drijfveer
Je denkt wat af als je loopt, of het nu regent of niet. Ik zie een buizerd, perfect uitgerust om konijntjes te vangen. Die konijntjes zijn even perfect uitgerust om te ontsnappen. Waar lijkt dat op? Inderdaad, een computerspel dat verboden zou moeten worden. Survival of the fittest is dus een reëel gegeven van de evolutie en dat maakt voor mij de christelijke en islamitische godsdiensten uiterst ongeloofwaardig (als ik al rationele argumenten nodig zou hebben). Of ik denk over mijn gewoonte om teveel te praten. Men denkt vaak dat je jezelf dan erg belangrijk vindt. Niets is minder waar. Als je praat, dan beheers je de situatie of je denkt dat in elk geval. Ik denk dat ik kennelijk bang ben voor onzekerheid, afwijzing, onverwachte situaties of verwachtingen van anderen. Dus: te weinig zelfvertrouwen/zelfrespect. Angst is een sterke drijfveer, vooral die angst voor afwijzing. Hoe meer ik de laatste jaren mezelf leer kennen, hoe meer ik ook van anderen ga begrijpen. Veel mensen vertellen me dat ze zich vooral in hun jeugd afgewezen en/of in de steek gelaten hebben gevoeld. Het vermenigvuldigt zich: afwijzing, te weinig zelfvertrouwen, jezelf maar niks vinden, verdedigend (vaak agressief) gedrag, anderen ook niet vertrouwen en weer afgewezen worden. Oorzaak en gevolg wisselen van plaats.
Ik heb een relatie gehad met iemand die zo destructief was dat hij automatisch het contact met anderen verpestte, om zijn wereld weer in evenwicht te brengen. Ik ken wel meer mensen die zich ongemakkelijk gaan voelen als anderen te goed voor hen zijn. Daar heb ik zelf ook een handje van, in lichte mate naar ik hoop. Het proces is om te keren door sterk te worden en dus zelfvertrouwen op te bouwen, makkelijker geschreven dan gedaan. Mijn reactie was agressiviteit, jaren lang. Pas de laatste tien jaar begin ik te begrijpen dat van je af bijten niet hetzelfde is als sterk zijn. En dat gesloten mensen niet per definitie sterker zijn dan ik. Het kan ook te maken hebben met gebrek aan zelfvertrouwen en angst dat je te dicht bij hun gevoelens komt.

Misschien hink ik wel op twee gedachten, want ik wil al jarenlang geen al te hechte relaties meer, zodat mijn geluk niet afhankelijk is van anderen. Afstand houden is mijn schild tegen kwetsuren van de ziel. Wie weet is dat wel te combineren met het bovenstaande. Enfin, volgens mij zou sociale en emotionele vorming een verplicht vak moeten worden, al vanaf de lagere school. Dan had ik er wellicht een stuk minder tijd voor nodig gehad om mijn eigen waarde te ontdekken en het leven echt leuk te gaan vinden.

De verlichting gevonden!
Kun je door een pelgrimstocht naar Santiago de Compostela zelfvertrouwen verwerven, als je het nog niet hebt? Ik geloof het niet; de aanhangers van gestalt psychologie zeggen dat je waarde niet bepaald wordt door wat je hebt of wat je doet, maar door wie je bent. Ik vond dat indertijd een mooie ontdekking en probeer dat in praktijk te brengen. Dus toen ik op 30 april op weg van Golinhac naar Conques, al wandelend in de zon met de beide Claudes, het dondersteentje Hanane en de ezelin Palaya, ineens VERLICHT was, toen besefte ik ook dat ik vóór de reis al gelukkig was en zelfvertrouwen had. Ik moest eerst 1250 kilometer lopen om dat in te zien.
Ik had nooit echt gedacht dat dit zou gebeuren; het doel van mijn tocht was de tocht zelf.

Denk niet dat dit al te zware gedachten zijn; het lijkt meer op een puzzel waarvan de stukjes vanzelf op hun plaats vallen. Mijn gemoed wordt almaar lichter.

De Yeti van de Causse en de allerbeste Chambre d'Hôte van Frankrijk
Cahors (10 mei) betekende een dieptepunt, Montcuq (14 mei) was daarentegen een hoogtepunt. Allereerst was daar de Engelse boekwinkel CHIMERA van Sophie Bacou-O’Neil waar ik pockets van Ellis Peters en Ed McBain kon kopen. Want lezen is een levensbehoefte en Frank stuurt mij regelmatig boeken toe. Haar moeder Elspeth O’Neil, maakt prachtige tekeningen. Zie bijgaande illustratie van een huis in Cahors (komt nog). Sophie’s man, Frédéric Bacou, zwaait een gouden pollepel in zijn hotel-restaurant Hôtel du Quercy in Lauzerte. Vlak na Lauzerte ontmoette ik eindelijk de man wiens blote voetafdruk ik steeds in de modder zag. Was dat de Verschrikkelijke Modderman, L’Homme Abominable de la Boue? De YETI van de Causse? Nee, een jonge Zwitser die meestal op sandalen loopt, maar in de modder alleen op blote voeten vooruit komt. Vlakbij Montcuq is de beste Chambre d’Hôte van Frankrijk, van Madeleine en Gabriel Bibard (05-6531-8486). Ze komen je uit Montcuq ophalen en brengen je terug; halfpension voor pelgrims Frs. 160 (1999). De gebraden duiven vlogen mij bijna letterlijk in de mond en de zeer goede rode Cahors vloeide rijkelijk. Vandaar dus al die duiventillen in de regio! En wat een gezellige maaltijd met de hele familie Bibard en pelgrim Jacques uit Nantes. Het is een goede formule: overdag meestal alleen lopen, soms ontmoetingen met anderen en ‘s-avonds samen eten en praten. Het leven is verrukkelijk.

Aperitief VIN DE NOIX van de familie Bibard uit Montcuq
4 Liter stevige droge rode wijn (Cahors)
1 liter eau-de-vie (brandewijn)
500 gram witte suiker (misschien gaat het ook met Fructose, dan 300 gram proberen)
500 bladeren van een hazelaar, plukken eind april en wassen
Kruiden: een beetje kaneel, vanillestokje, een beetje nootmuskaat (eventueel enkele kruidnagelen); de hoeveelheid kruiden moet u zelf uitproberen. Het moet niet echt kruidig smaken; de kruiden moeten alleen de smaak wat ondersteunen. Dit aperitief smaakt niet zoet. Het mengsel 3 of meer weken laten staan en dan filteren. Het gaat ook met onrijpe hazelnoten of bladeren van een kersen- of perzikboom, maar vooral lekker is het met de bladeren van de zwarte-bessenstruik.

(inhoud)