homepage    
  8: Le Puy - Conques
     

12 t/m 19-4 RUST in Le Puy in de gîte vd Franciscaner nonnen
20-4 Start GR 65: Le Puy - St.Privat d'Allier (22 km+600 m)
21-4 Saugues (17,5 km + 600 m)
22-4 La Roche-de-Lajo (20 km + 350 m)
23-4 Les Estrets (14 km + 250 m)
24-4 Aumont-Aubrac (7 km + 160 m + RUST)
25-4 Ferme des Gentianes (15,5 km + 250 m)
26-4 Aubrac (20 km + 350 m + beestenweer)
27-4 St. Côme d'Olt (Salgues) (16,5 km + 140 m)
28-4 Estaing (17 km + 440 m)
29-4 Golinhac (Le Battedou) (20 km + 440 m)
30-4 Conques (24 km + 450 m)
1 en 2-5 RUST
. . . . . . . . . . . . . . . . Totaal nu 1294 km

terug naar inhoudsopgave
etappe 7
. . . etappe 9





Lees hieronder verder
Saugues: La Bête du Guévaudan


Eindelijk: Le Chemin de St. Jacques
Ik begrijp niet hoe iemand in één keer door kan lopen naar Compostela. De laatste weken voor Le Puy had ik het gevoel dat mijn conditie achteruit ging, maar niet mijn motivatie. Mijn hoofd liep om van alle ervaringen die de eerste 1100 kilometer hadden opgeleverd. Na 9 dagen rust voel ik me een stuk beter. Ik kan er weer fris tegenaan en het lijkt wel of mijn voeten vleugeltjes hebben gekregen nu ik aan de GR 65, Le Chemin de St. Jacques, ben begonnen. Ik voel me ook psychisch sterk en het alleen lopen bevalt me heel goed. Nu merk ik pas dat mijn conditie wel beter is geworden; zelfs de pittige stijging op de tweede dag, 500 meter over 4 kilometer vanuit de kloof van de Allier, kreeg ik zonder stoppen op m’n gemak in 1 ½ uur voor mekaar. En nog wel met een vrij zware rugzak want het was warm. De tijd dat ik bezig was om een rugzak van A naar B te sjouwen en alleen maar dacht hoe ver nog lijkt voorgoed voorbij. Nu loop ik te genieten van een prachtig landschap en eindelijk mooi weer en kom andere pelgrims tegen. Dan trek je een paar dagen samen op of je ziet elkaar ‘s avonds weer in de gîte, het goedkope pelgrims-onderkomen.

Tot Le Puy moesten we onze eigen weg zoeken en was het vaak moeilijk en duur om onderdak en eten te vinden. Tot Compostela is de route nu gemarkeerd en men is op pelgrims ingesteld. Geen stomverbaasde gezichten meer als je als ruim vijftigjarige vrouw geheel verregend met je rugzak, je modderige regenbroek en dito schoenen een dorpscafé binnenkomt. Geen neerbuigende winkeliersters meer als je alleen maar een ons kaas, een appel, één Mars en een half brood kocht. Bij de meest chagrijnige winkelierster van Frankrijk (in Grury vlak onder de Morvan, tegenover het goede, vriendelijke en goedkope Hotel Du Centre) werden 2 bakjes yoghurt ons zelfs verontwaardigd uit de hand gegrist, we konden er alleen 4 tegelijk kopen.
Die verbazing in zo’n cafeetje was wel leuk. Meestal hingen er alleen mannen aan de bar en die deden dan beleefd of er niets bijzonders aan de hand was. Zo ongeveer na een kwartiertje kwamen de vragen los en konden we ons nader verklaren. Wat bent u moedig zeiden ze dan en dat vind ik eigenlijk zelf ook wel. Bij ons vertrek werd ons bon chemin et bon courage toegewenst, hetgeen we hard nodig hadden. Want buiten gingen meestal de elementen flink tekeer.

Snurkende kerels
Hier langs de officiële pelgrimsroute zijn overal goedkope slaapplaatsen, maar ik had als overtuigd alleenganger reeds voor mijn vertrek gruwelijke visioenen van volle slaapzalen, pelgrims die al om 4 uur het licht aandoen en met plastic zakjes gaan ritselen en snurkende kerels. En van een toilet waarvoor ik 3 keer per nacht in mijn t-shirtje uit het bovenste bed moet klimmen en vervolgens twee trappen af en in de regen een binnenplaats oversteken. ‘s-Middags even rusten is er dan natuurlijk helemaal niet meer bij, maar wel ruzie over raam open of raam dicht! In de praktijk heb ik vaak een kamertje of dames-slaapzaaltje voor mezelf alleen, want pas in mei komt de grote stroom pelgrims op gang. Toch reserveer ik steeds een paar dagen vooruit, want soms heeft men maar 6 tot 8 slaapplaatsen. De hiervoor genoemde ontberingen kunnen wachten tot de refugio’s in Spanje.

Wolven, bossen, bergen en bloemen  
Op de GR 65 ben ik tot nu toe weinig asfalt tegengekomen, wel veel modder maar het is te doen. De bermen van asfaltweggetjes zijn al platgelopen door voorgaande pelgrims, dus ook makkelijk te belopen. Het landschap is de moeite waard; eerst de gorges van de Dolaison en de Allier en laat ik nu gek zijn op zulke steile kloven! Als ik er maar niet te dicht langs hoef te lopen; een veilige afstand van enkele meters heb ik liever. Daarna kwamen bossen en beekjes rond Saugues en alweer veel sobere Romaanse kerkjes van rond de duizend jaar oud. Vlak voor Saugues sta je op de rand van een prachtig dal en zie je het dorpje beneden je liggen. Rechts van de route staat een enorm houten beeld van het Bête du Gévaudan de vallei in te
Conques: Kilroy?
kijken .Dit legendarische monster zou vlak voor de revolutie (tussen 1764 en 1767) zeker 100 mensen hebben gedood.Waarschijnlijk was het een enorm grote en slimme wolf, waar jarenlang jacht op werd gemaakt. Gelukkig is vlakbij ook een wit beeld van de Heilige Maagd. Iets verderop is een natuurreservaat waar wolven in het wild leven, een project van de bekende dierenbeschermster Brigitte Bardot. Waar heb ik die naam toch eerder gehoord? Vervolgens gaat de route over het kale, verlaten plateau van Aubrac (zie verderop een dag uit het leven) en daarna volgen van Aubrac tot Conques veel bossen, groene bergen, diepe dalen, watervallen en schitterende vergezichten. Op de achtergrond zie je de besneeuwde toppen van de Monts du Cantal. De vogels zingen, de bomen krijgen eindelijk tere groene bladeren en de bermen en weiden staan vol orchideeën, narcissen en andere wilde bloemen. Het weer is wisselvallig maar regelmatig heb ik mijn zonnehoedje nodig. Tot nu toe vind ik de route van Le Puy tot Conques het hoogtepunt van de tocht.

De ezelin Pelaya
De grootste openbaring waren de ontmoetingen met andere pelgrims. Zo zat ik eens te picknicken en opeens was daar Claude uit Parijs, een vrolijke, grote, mollige blonde vrouw van 50. Jij bent Yvonne zei ze tot mijn stomme verbazing en jou wil ik graag ontmoeten. Ze had een interview met mij in l’Express gelezen, dat was gemaakt in het pelgrimscafé van de Amis des Pélerins in Le Puy. Soms lopen we samen en het is net zwaan-kleef-aan. Want op weg naar Estaing haalden we de ezelin Pelaya en haar begeleidster Claude uit Aix-en-Provence in, die liepen met Hanane (van Marokkaanse komaf) en haar vriend, beiden uit Parijs. Hanane is 4 maanden zwanger en een zeer kordaat type. De vriend vond ik een charmante emmerdeur (zeikerd) en we slaagden er zowaar in om hem per ongeluk kwijt te raken. In Conques vonden we hem in de abdij van Sainte Foy helaas weer terug. Daar heeft ook mijn vriendin Riet van den Berge zich per trein bij ons gevoegd om 2 weken mee te lopen. Maandag gaan we met z’n allen weer verder, al zullen Riet en ik ons later op de dag wel afscheiden. Ongetwijfeld komen we de anderen regelmatig weer tegen. De meeste pelgrims praten graag over hun gevoelens: waarom deze reis, hoe voel ik me, wil ik iets in mezelf veranderen, met welke problemen worstel ik, wel of niet geloven, het verenigde Europa, hoe zal ik me voelen na deze reis enzovoort. Iedereen heeft veel belangstelling voor de anderen en zo liep ik tot Conques alleen maar voelde me helemaal niet meer eenzaam! Ik eet nog steeds lekker (zie recept Truffade), drink een glaasje wijn en het lopen gaat goed. Maar het is niet alle dagen feest, zoals uit de volgende alinea’s moge blijken.

Een dag uit het leven 26 april 1999
Ik was al gewaarschuwd: op het plateau van Aumont-Aubrac (tot 1300 meter) kan het vreselijk koud zijn. Het is er kaal (boomloos) en verlaten en in april heb je veel kans op sneeuw en zeer dichte witte mist; dan zijn de markeringen van de GR 65, het vertrouwde rood/wit, niet te zien op de lage rotsen. Van een meneer uit Le Puy, die 10 jaar geleden te paard naar Santiago ging, kreeg ik kopieën van kaarten 1 : 25.000 mee, je weet maar nooit. In de regen vertrok ik in m’n eentje uit de zeer afgelegen Ferme (boerderij) des Gentianes, alwaar heerlijk geslapen en de zelfgemaakte kaas van de bazin geproefd, evenals de Truffade, aardappels met kaas en spek. Dit streek gerecht van Langedoc-Roussillon had ze speciaal voor Claude en mij, haar enige gasten,
gemaakt. Knus keuvelend en wijn drinkend hadden wij die avond warm binnen gezeten, terwijl de wind om het huis gierde. Het was luxueus slapen, allebei een eigen kamer. En dat alles voor fl. 50 all in! De volgende morgen had ik helemaal geen zin om de regen en de kou in te gaan, maar je bent pelgrim of je bent het niet. Regenkleding aan, rugzak op en als je eenmaal loopt dan valt het best mee want je wordt warm van het bewegen. 350 Meter stijgen en vaak op en neer dat helpt ook wel. De omgeving deed me aan Ierland denken, een verlaten, groen golvend landschap, weinig bomen, lange stenen muurtjes en grote alleenstaande rotsblokken. Ik vond het wel spannend, zo in mijn eentje door dat onherbergzame landschap te lopen. Dit begon een beetje te lijken op het avontuurlijke gevoel dat ik vroeger had als ik voor de Stichting Dinosaurus nieuwe wandeltochten in een onbekend gebied ging voorbereiden, zonder enige beschrijving of rood/witte streepjes dus. En meestal ook zonder behoorlijke kaart.

Claude was al een half uurtje eerder vertrokken. Tot mijn verbazing hoorde ik leeuweriken zingen en de krokussen kwamen al uit. Op de koudste plekken lagen nog sneeuwveldjes en helemaal boven op het kale plateau zag ik de markeringen van skipistes. De GR 65 was slecht gemarkeerd maar ik kwam er wel uit, gewoon alsmaar omhoog en op het kompas letten. Na ruim 2 uur was er in het gehuchtje Montgros (1230 m) een Auberge, La maison de Rosalie. Daar kon ik als enige gast weer droog en warm worden en met mijn voeten op een stoel koffie met huisgebakken notentaart gebruiken. Heel gezellig maar wel 35 Fr (fl. 12). Maar ja wat doe je midden in de Aubrac-winter, als de volgende menselijke bewoning enkele uren gaans is. Verder maar weer, via Nasbinals en daarna nog minstens 2 ½ uur de hele wereld voor jezelf hebben tot Aubrac. Dacht ik. Na een uur haalde ik Claude (uit Parijs) in, die voor mij in haar groene cape liep te fladderen. Dat was maar goed ook. Het regende hard, het pad was verdwenen en er stak een storm op, recht in ons gezicht. We spraken elkaar moed in en samen vonden we de weg. Er kwam geen eind aan, bar en boos, alsmaar blubber en maar hozen. Vlak voor Aubrac zagen we eindelijk een enorm grijs modern gebouw, ooit sanatorium maar nu educatief jeugdcentrum met ook bedden en eten voor pelgrims. Hier had de bazin van Les Gentianes voor ons gereserveerd en eenmaal binnen bleek het een prima adres. Je kreeg een eigen éénpersoonskamer met douche en toilet en een serre waar de wind langs floot. Het was er koud, want de verwarming was kapot dus nam ik een hete douche en dook mijn donzen slaapzak in. Alleen m’n neus stak eruit en die werd berekoud. Gelukkig kwam de verwarming na een uur of twee weer op gang. Claude at zuinig haar restjes op maar ik schranste in een grote eetzaal met 150 kwekkende kinderen, aan de tafel van zeer zwijgzame jeugdleiders. Halfpension met wijn kostte mij ongeveer 40 gulden! De volgende dag scheen de zon.

Recept Truffade
Ooit een arme-mensen-maal maar nu een beroemd streekgerecht.
Kook 1 kg (harde) aardappelen bijna gaar. Snijd in plakjes.
Bak die in heet spekvet en maak er tijdens het bakken met een vork brokjes van.
Zachter nabakken, totdat ze een lichtbruin korstje krijgen. Voeg tijdens het nabakken uitgeperste knoflook, peper en zout toe.
Tenslotte 400 gr. Verse TOMME kaas uit de Cantal toevoegen en die laten smelten (de massa zeer voorzichtig omscheppen).
Tomme is goed te vervangen door jong belegen Goudse, in kleine brokjes of zeer grof geraspt. Spekvet kan (voor vegetariërs) vervangen worden door boter of een cholesterol-arm bak- en braadproduct.
ERBIJ rauwkost (wij kregen er pittige gebakken worstjes bij).

Aanbevolen historisch boek
BLANC CHEMIN van de Franse schrijfster Viviane Moore. Het is een soort detective-roman die speelt in de 12e eeuw tijdens een pelgrimstocht die met Pasen in Le Puy begon. Veel goede historische informatie, vooral over het dagelijks leven van de pelgrims, hun motivatie, de sfeer, de omstandigheden en het landschap. Dit alles is verpakt in een goed geschreven verhaal dat hopelijk snel in het Nederlands wordt vertaald. ISBN 2-7024-9598-2, uitgekomen in 1999 naar ik meen, want ik heb het boek na lezing weggegeven.

(inhoud)