homepage    
  7: Le Mayet-de-Montagne - Le Puy
     

2-4 Le Mayet-de-Montagne - La Guillermie (15 km + 300 m)
3-4 St. Rémy-sur-Durolle (20 km + 350 m)
4-4 Courpière (20 km)
5-4 Cunlhat (18 km + 350 m)
6-4 Rust en haar laten knippen
7-4 Ambert (23 km + 600 m)
8-4 Arlanc (19 km)
9-4 Bonneval (14 km + 300 m)
10-4 Racine (20 km)
11-4 Le Puy-en-Velay (16 km)
daarna RUST! Totaal nu rond de 1100 km

terug naar inhoudsopgave
etappe 6
. . . etappe 8 . . . . . . . . . . .Lees hieronder verder

Le Puy - elke dag door de kerk
De eerste grote etappe zit erop! We hebben de mijlpaal Le Puy bereikt. Hier ontmoeten we voor het eerst andere pelgrims, tot nu toe alleen mensen die hier gaan beginnen. Hier begint immers de GR-65: Le Chemin de St. Jacques, goed gemarkeerd en voorzien van gîtes, chambres d'hôte en beschreven in drie duidelijke wandelgidsjes. Ik blijf hier zeker een week in de gîte van de Zusters Franciscanessen, naast de kathedraal, direct onder het geweldige grote rode Mariabeeld, dat als een soort vrijheidsbeeld bovenop een rotspiek de hele stad domineert. Je ziet het al van verre. Vlak voor Le Puy verwachtten we na elke bocht een schitterend uitzicht op ons doel, maar het duurde nog heel lang. Tenslotte lag de stad beneden ons en helaas was ik te moe om veel te voelen. Dat begint nu pas te komen. Greet is na een dag rust doorgelopen en ik ben heerlijk aan het uitrusten, en laat de sfeer van de bijzondere plek op me inwerken. Ik neem de tijd om brieven te schrijven, wassen, lezen slapen, nieuwe sokken en een zomer t-shirt te kopen, enz. Frank heeft op verzoek een andere wandelbroek gestuurd, die is minder warm en heeft afritsbare pijpen (en de andere is versleten).

En zie: vandaag sneeuwt het! Gelukkig heb ik licht-gewicht thermo-ondergoed en de profielen zijn na 1100 km nog prima. (Dank je wel Vibram). Elke dag ga ik naar de kerk want de kortste weg naar mijn onderkomen loopt door de kathedraal. Voor het eerst ervaar ik ook een fijne sfeer in zo'n enorme kerk, misschien dat hij goed verwarmd is of vanwege de aardige vrouw in de sacristie. Maar eerst moet ik vanuit de stad vele meters en traptreden stijgen naar deze Middeleeuwse Ville-haute waar ik logeer. Ik heb een eenvoudig kamertje voor mezelf, o, wat had ik daar een behoefte aan. Heerlijk! Heerlijk! Er is een zitruimte waar je andere pelgrims ontmoet, met een panoramisch uitzicht op de stad. De laatste twee weken sliep ik heel slecht, vooral psychisch overbelast, maar langzaam begin ik tot rust te komen. 's-Avonds eet ik meestal hier, met de andere pelgrims en de mensen die hier werken. Hier ontmoet ik pelgrims van mijn leeftijd en zelfs een van 71 jaar, die het, net als ik, rustig aan willen doen, met 15 km per dag willen beginnen en veel rustdagen nemen. Ze werken niet naar een einddoel toe maar zien het als een spirituele ervaring, om zichzelf beter te leren kennen en ook om de ontmoetingen met anderen en de natuur. Of en wanneer ze aankomen, dat zien ze wel. Zo voel ik het ook, het kan best zijn dat ik, nu ik alleen ben, vaker een lange pauze neem als een plek me boeit. Overigens heeft de dokter een week rust bevolen, vanwege een licht ontstoken achillespees. (Helaas, ook hier geen patatkramen ondanks vele Nederlandse pelgrims maar wel een tearoom met heerlijk gebak en goede koffie.)

Bonneval
Vlak voor Le Puy sliepen we bij Bill Hays en zijn Hongaarse vrouw. Zij hebben de oude Auberge Valentin gekocht en opgeknapt. Bill maakte vroeger filmdecors en dat is in alle kamers goed te zien. Het eten was

verrukkelijk, eindelijk eens geen Frans eten maar veel kip-kerrie met veel rijst! Geen liflafjes! Een plek die ik nooit zal vergeten, ook vanweg de fijne gesprekken en de sfeer.

Alleen verder
Dat advies van de arts nam mij een moeilijke beslissing uit handen, want Greet, mijn reisgenote, begon haast te krijgen: Straks warm in Spanje en man en twee dochters (25 en 30) niet te lang alleen laten. Ik voelde al lang dat ik een pauze nodig had, maar vond het vervelend voor haar. Ook begon mijn verlangen om alleen verder te gaan steeds groter te worden. Niet dat er ooit een onvertogen woord tussen ons viel, nee we waren altijd uiterst beleefd en voorkomend tegen elkaar en gingen alle mogelijke wrijvingen uit de weg. En dat begon mij hevig te benauwen. Twee-en-een-halve maand waren we samen op weg, we aten samen en sliepen meestal in dezelfde kamer. We trotseerde onzekerheid, kou, sneeuw, storm en eindeloze regen en toch voelde ik geen enkele warmte tussen ons. Het was een praktische werkrelatie en meer niet. Tot mijn eigen verbazing bleek ik daar niet mee te kunnen leven, het remde mijn spontaneïteit af en maakte dat ik steeds meer in mezelf gekeerd werd. De dag voor Le Puy had ik het gevoel dat ik geen dag meer zo verder kon. Waarom ik niet geprobeerd heb om dat te doorbreken?
Gòh, jij bent 's-morgens wel erg lang bezig, ontschoot mij eens spontaan. Ik wilde een kleine irritatie uit de weg ruimen voordat deze groter werd, want er bleven voor mij dan nog 5 minuten in de badkamer over. Dat had dramatische gevolgen; mijn reisgenote was helemaal van streek en niet meer aanspreekbaar. Er was niets aan de hand, zei ze, maar ze had een geweldige hoofdpijn. Het werd een soort drama. Tenslotte kwam eruit dat zoiets al eerder tegen haar was gezegd. Ze vertaalde dat in jij bent een trut en dat was natuurlijk helemaal niet waar. Achter die stoere buitenkant zaten kennelijk gevoeligheden waar niemand aan mocht komen. Inmiddels had ik ook een vreselijke hoofpijn want dat antwoord kreeg ik niet gratis; ik moest eerst zeker een uur gissen, soebatten en aan haar trekken. Van schrik heb ik me wekenlang ingehouden (en zij waarschijnlijk ook). Voorzichtig heb ik geprobeerd haar vertrouwen te winnen, maar aan het einde had ik het gevoel dat het totaal niet gelukt was. Normaal draag ik het hart op de tong (ook niet altijd even leuk voor anderen) maar nu kroop ik in mijn schulp, zoals reeds gezegd. Er moet een negatieven uitstaling van mij zijn uitgegaan hoewel Greet desgevraagd verklaarde daar niets van gemerkt te hebben.

De dag dat we naar Le Puy liepen, gebeurde er iets waardoor ik dit toch, zo voorzichtig mogelijk, heb geprobeerd uit te praten. Ik betwijfel of er veel van is overgekomen, maar het luchtte mij een beetje op. Misschien was mijn reisgenote niet met mij op reis, maar met haar familie; die altijd in haar gedachten is. Misschien was er daardoor geen ruimte voor en/of behoefte aan een diepgaander contact met een mede-pelgrim, wie zal het zeggen. Het zou ook verklaren waarom ze vaak niet hoorde wat je zei; je kon tweemaal iets zeggen (er wordt brood voor ons bewaard) en later vroeg ze er naar (hoe komen we nou aan brood). En dat een paar keer per dag. Ik zweeg erover; soms zei ik dat had ik al verteld hoor maar mijn groeiende frustratie hield ik voor me. Ik schrijf dit op als voorbeeld hoe kleinigheden een steeds grotere ergernis kunnen worden. Had ik er eerder over moeten praten? Heeft het geholpen? Dan zit ik zeker met mijn gedachte ergens anders zei ze op die laatste dag.

Het maakt een geweldig groot verschil of je met iemand 2 weken of 3 maanden dagelijks optrekt!

Alleen maar niet eenzaam
Lang heb ik overwogen of ik deze gevoelens op moet/mag schrijven. De afgelopen weken heb ik (weer) ervaren dat je met een ander met wie je geen echt contact hebt, veel eenzamer bent dan alleen. Pas nu besef ik, hoe eenzaam en gefrustreerd ik me heb gevoeld. Er zal vast wel een beetje rancune bij mij zitten en dus doe ik mijn best om dit zo eerlijk mogelijk te beschrijven vanuit mijn eigen gevoelens. Tenslotte heb ik het toch opgeschreven, na twee nachten van gepieker en vele kladjes. Het was een essentieel onderdeel van mijn spirituele reis en misschien zet ik andere pelgrims aan het denken. Bij een Franse pelgrim die hier vanwege een blessure ook een week blijft, heb ik na een paar gesprekken mijn hart uit kunnen storten. Hij is net als ik de wijde wereld ingetrokken en heeft ook geen haast. Hij begreep mijn gevoelens heel goed en dat luchtte enorm op. In elk geval heb ik voor ons (nette en beleefde) afscheid geprobeerd om mijn reisgenote iets van mijn gevoelens mee te geven en haar gevraagd, er over na te denken.

Raad ik iedereen af om deze weg met anderen te gaan? Ik heb hier geen antwoord op. Het was goed om samen met een ander de sneeuw, de koude, de regen en de lange onbekende weg tot aan Le Puy te overwinnen. Dat daar geen hartelijke relatie uit is ontstaan, heeft me pijn gedaan maar misschien is het een les die ik moet leren. Hopelijk zal me later duidelijk worden wat ik hier mee aan moet. Aan het bgin heb ik een aantal fouten van mezelf opgeschreven waar ik aan wilde werken. Er zijn twee belangrijke onderwerpen overgebleven: meer geduld en meer loslaten. Geduld? Ik weet niet of dat is verbeterd. Zeker, ik heb meer geduld dan 10 of 20 jaar geleden omdat ik minder dingen echt belangrijk vind. Maar in dit geval heb ik me geduld opgelegd, ik voelde het niet echt. Loslaten? Misschien was het beter geweest om die relatie te accepteren zoals ze was. Maar allereerst voelde ik dat er bij de ander wel degelijk (onuitgesproken) onzekerheid, irritatie en misschien wel angst en/of gekwetstheid aanwezig was, ondanks haar ontkenning. En ik kon me daar kennelijk niet voor afsluiten, al had ik natuurlijk niet het recht, daarin te gaan graven. Tenslotte kon ik niet om mijn gevoelens heen en deze situatie paste kennelijk niet in mijn pelgrimsgevoel. De weg wacht weer op mij en ik ben benieuwd wat voor een ervaringen ik zal tegenkomen.

De rugzak en ander ongemak
Nog even over de rugzak en de fysiek ongemakken. Het oude lijf heeft zich toch wat aangepast, de rug is iets sterker geworden en het terugsturen/weggooien van 1400 gram heeft ook geholpen. Kleding gewoon vaak wassen, die moet dus sneldrogend zijn. Ik vrees de hitte, maar voorlopig zie ik sneeuw door mijn raam! In de twee eerste maanden was het lopen toch een zware opgave, meer door de rugzak dan door het slechte weer. De laatste tijd werd het gemakkelijker en genoot ik er meer van. Soms liepen we urenlang door stille donkergroene sparrenbossen en zagen we geen mens. Heerlijk. Toch heb ik wat last gehad van oorsuizingen en lichte duizeligheid, die meestal een waarschuwing betekenen: overbelasting, vooral psychisch. Nog suist mijn linkeroor wat te hard maar het slapen gaat beter en de duizeligheid is over. (Achteraf weet ik van de arts in Le Puy dat het door de hoogte kwam want het ligt op 900 meter.)

Gisteravond ben ik naar een pelgrimsbijeenkomst geweest; er is sinds Pasen een ontvangstcomité, Amis Pélérins, dat hier vlakbij een ontmoetingspunt heeft. Wat blijkt? De meeste pelgrims hebben problemen met de rugzak, want ze nemen 12 tot 14 kilo mee. Ik heb nu, met 1 liter water, voedsel, jack en fleece ook in de rugzak (warm weer) maximaal 7,5 kilo, dus bij koud weer ongeveer 6 kilo. Laat het maar droog en koud blijven; zou ik in Spanje een ezel kunnen huren? Nee, natuurlijk. Dus heb ik hier een lichter jack (goedkoop) en T-shirt gekocht die ik naar Cahors vooruit ga sturen. Want zal het toch eindelijk wel mooi weer worden, in mei, in Zuid-Frankrijk!!
De zwaardere kleding stuur ik daar naar huis. Vanavond verwacht het pelgrimscomité mijn paklijst, in het Frans. Een van hen wil graag vertrekken maar komt niet lager dan 14 kilo (zonder water). Veel gewicht heb ik kunnen besparen door kaartmateriaal en boekjes poste restante na te laten sturen en nu heb ik van de wandelgidsjes GR65 de kaften en alle onnodige tekst verwijderd. Het heen en weer sturen van bagage en post werkt uitstekend, poste restante, met de nadruk op de achternaam en ook de postcode van het postkantoor niet vergeten.

MIAM-MIAM & DO DO
Dat is de tekst van een best-seller! Elk jaar verschijnt dit boekje (helaas 200 gram) met zeer volledige informatie over eten en slapen op de GR65, van Le Puy tot de Pyreneeën dus, ongeveer 800 km.. Hebben Pièd à Terre en Olivier van Noort het al? Bel hen op! (ISBN 2-9508486-4-8), uitg. Les Éditions du Vieux Crayon.) Hier is het bij het Office de Tourisme te koop maar ik heb alle adressen in mijn topo-guide van de GR65 bijgeschreven want 200 gram wil ik er niet bij hebben, zo slecht is mijn rug. Verder heeft Tourisme Le Puy een uitgebreide adreslijst tot Figeac gratis. Ik neem geen kaarten mee maar iemand van de Amis Pélérins (Rue Cardinal de Polignac no. 21, elke dag 18:00 - 19:30) maakt een fotokopie van het verlaten plateau van Aumont-Aubrac. LET OP: bij sneeuw zie je hier de rood-witte markeringen niet die op de lage rotsen staan; geen bomen daar.

Dromen en werkelijkheid  
Grote plannen had ik in Nederland. Ik wou zoveel mogelijk GR's, dus onverharde paden lopen. Geen asfalt! Al zou dat langer duren en ik meer zou moeten stijgen. Hoe anders werd de werkelijkheid: sneeuw, ijs regen, tegenwind, blubber en vooral: DIE VERDOMDE RUGZAK! In België konden we tot Namen nog een stuk van de GR 564 lopen maar daarna dreven sneeuw en ijs ons naar het jaagpad van de Maas, een heel eind Noord-Frankrijk in. Daar waren de rivieren rampzalig buiten hun oevers getreden en ook hogere paden stonden 5 of meer cm onder water! Dus: asfalt en dijkjes van het
Canal des Ardennes en het Canal de la Seine, ooit aangelegd op bevel van Napoleon. Om ons heen overal water. Pas in de Morvan konden we de hoog gelegen delen van de wandelroutes volgen. Daarna kwam de GR 3, tot Le Mayet-de-Montagne; die wilden we nog een stukje volgen door de Forêts Noirs, zeer bijzondere, meer dan duizend jaar oude sparrenbossen. Helaas, er was een gîte gesloten en de afstand werd te groot.
Zo liepen we toch via La Guillermie over een lage pas door jongere zwarte bossen naar Thiers en maakten we het ons gemakkelijk via de vallei van de Dore. Dan een oversteek met wat heuvels, weer de Dore, weer wat heuvels en tenslotte Le Puy. Vanuit die prachtige vallei in het weelderige Auvergne zagen we het elke dag regenen, misten en sneeuwen op de GR 3, op die zwarte bossen, de Col de Béal en dikke sneeuw op de Puys (bergtoppen). Wat een geluk dat we daar niet liepen! Kan helemaal niet voor eind mei begin juni zei de kapper, zelf wandelaar,in Cunlhat, waar we ons haar lieten knippen. Dus hoorde ik mezelf al snel beweren als je 2500 km gaat lopen dan neem je geen omwegen. Alweer een les geleerd! Ook zouden we veel in gîtes slapen (goedkoop) en dan zelf koken of gewoon brood eten. In Frankrijk waren de gîtes tot de Morvan niet beschikbaar er. Verbouwing beweerden de eigenaars, maar ze hadden gewoon geen zin. In koken heb ik zelden zin en na een dag ploeteren wil ik warm eten voorgezet krijgen. O ja, de goedkoopste hotelletjes zonder ster en geen lid van Logis de France, waren prima. Schone kamers (110 tot 150 FF voor 2 personen), aparte bedden, lekker en zeer goedkoop eten. Gewoon nummer 12 bellen: hebt u iets onder hotel of auberge in plaatsje X in het gebied ...? 12 is het Franse informatienummer, gratis in de telefooncel.

(inhoud)