homepage    
  4: Viex-les-Asfeld - Troyes
     


26-2: Vieux-les-Asfeld - Reims (25 km)
27-2: Mareuil-sur-Ay (trein)
28-2: Oger (12 km)
1-3: Vert-Toulon (20 km)
2-3: Pleurs (23,5 km)
3-3: Rustdag
4-3: Méry-sur-Seine (26)
5-3: Troyes (26)
6-3: Rustdag

terug naar inhoudsopgave
etappe 3
. . .etappe 5

Lees hieronder verder


Troyes-Soeurs de la Providence

.
Storm in Champagne
Als je het zo leest: van Oger naar Vert-Toulon 20 km dan lijkt het een makkie, 20 km en nauwelijks hoogteverschil. Vergeet het maar! 's-Morgens liepen we tussen kale, heuvelachtige champagnegaarden met ijskoude regen en harde wind pal tegen. In een eenvoudig café in Vertus konden we onze regenkleding laten uitdruipen en met een grote bak hete chocolademelk weer op temperatuur komen. 's-Middags was het droog maar de wind werd stormachtig. We wilden van het asfalt af en vonden een soppig pad over een open vlakte; trouwens in deze streek vang je overal veel wind. Greet en ik glibberden in de modder en beulden tegen de storm; beuken noemt Greet dat. De kilometers werden steeds langer. Wat volgde waren nog tien of elf eindeloze kilometers tegen de wind in over saaie asfaltwegen. Het dorpje Vert-Toulon zagen we al een uur lang liggen en het kwam maar niet dichterbij. Een lift hebben we geweigerd, flink hè!

Het bleek tenslotte een triest en uitgestorven dorpje en de enige winkel was dicht. Het gereserveerde pension was mooi maar ongezellig en pas toen ik heet water voor thee had gevraagd en de woorden épuisé en affamé (uitgeput en uitgehongerd) had laten vallen, kregen we in de keuken een kop thee. Er stond een groot stuk koek en (inwendig waarschijnlijk knarsetandend) heeft de eigenares dat onder de hongerigen verdeeld. 's-Avonds was er een gemoedelijke, heerlijke maaltijd (60 Fr. inclusief zoveel wijn als we wilden) bij de open haard in de Ferme-Auberge. Zoals bijna iedereen wilde de eigenaar alles weten over onze avonturen. Zelf was hij vrachtwagenchauffeur geweest en had vaak vis gehaald in Monnikendam. Nu rijdt hij nog op de schoolbus.

Op de andere dagen was er minder regen en ook de wind was iets minder straf. Maar de kilometers waren nog steeds lang in dit uitgestrekte vlakke land. Er is zelden kans om op onverharde paden te lopen; het halve land staat onder water. De Aisne, Marne, Aube en Seine zijn ver buiten hun oevers getreden. Gelukkig konden we langs de verhoogde jaagpaden van enkele kanalen lopen, onder andere 26 km langs het Ancièn canal de la Seine, bijna tot aan Troyes.

Soeurs de la Providence
Hier werd mijn geschrijf even onderbroken door de moeder overste van het klooster van de Soeurs de Providence in Troyes waar we zeer comfortabel logeren en een dag rust nemen. Ze wil alles weten over onze plannen en ook moet ik haar precies uitleggen hoe dat werkt, met zo'n kompas en zo'n kaart. Ga daar maar eens aan staan, in het Frans. Hoe vertaal je het kompas gebruiken als gradenboog? Ik teken het maar voor haar. Ze vindt het enig.

Genieten in Champagne
Eerder genoemde on-gastvrije ontvangst in Vert-Toulon stond in schrille tegenstelling tot wat mij in Mareuil-sur-Ay ten deel viel. Ik had nog een dagje ziekteverlof en nam het openbaar vervoer, een uitstervend fenomeen in dit land. In een prachtig huis werd ik bij de open haard door een gepensioneerd echtpaar onthaald op champagne en lunch en die fles moest leeg. Er stond er nog een pour vous copines. De zon scheen, maar die copines waren ondertussen op een GR (Grande Randonneé) in de Montagnes de Reims bezig om zich tot boven de oren met modder te besmeuren. Het was al donker toen ze aankwamen en ze waren te moe voor champagne. Maar goed dat ik een enorme scharrelkip had gebraden. Later, bij de open haard, is er toch nog wat champagne geschonken. En de volgende dag hoefden we maar 16 km, in de zon, tussen de wijngaarden van Moët & Chandon, Pomméry, Veuve Cliquot, Perrier enzovoort. De dorpjes in die streek zijn zeer welvarend en overal zag je borden van champagne-boeren. We sliepen er bij één in Oger. Prachtig dorpje maar wel ontzettend saai. Zowel in de dorpjes als in de stadjes zie je meestal geen mens. Ploeterend in de regen loop ik dan te fantaseren: wat doen die Fransen toch achter die dichte luiken? Ik denk dat ze bij het houtvuur hun geld zitten te tellen, zo zien ze eruit. (Behalve dus dat gastvrije echtpaar, die reizen veel.) Ik geloof nooit dat ze bij de open haard op een kunststof tijgervel champagne drinken en de liefde bedrijven, dat is meer iets voor Nederlandse yuppen. Nou ja, ik weet het niet, ik zal het eens vragen.

Spullen, pijntjes en andere ongemakken
Mijn 57-jarige rug en voeten worden wel op de proef gesteld met dat slechte weer en dat eindeloze asfalt. Om maar te zwijgen van mijn ziel. Maar alles doet het nog, de rug, voeten en zielepijn gaan met slaap en champagne wel weer over en ik wil nog niet naar huis. Alleen zijn er nu helemaal geen patattenten meer, alleen een McDonalds vlakbij de kathedraal in Reims, waar Greet en ik direct naar binnen zijn geschoten. Anderen hebben wel problemen: regencapes en regenpijpen die lekken, Odlo-onderbroeken die gaten vertonen, schoenen die scheuren, dure Falke binnensokken waar gaten in vallen. Ineke heeft veel pech, haar in Reims gekochte regenbroek scheurt alweer en er schijnt ook een barstje in een van haar middenvoets-beentjes te zitten. Ondanks steunzolen heeft ze erg pijnlijke voeten. Greet heeft een regenpak laten nasturen; nooit meer zo'n flapperende cape, je wordt gek van de herrie en je blijft er niet droog in. Ik moest alleen mijn nieuwe Meindl Borneo schoenen 2x impregneren; Demmenie zei dat het niet nodig was: foutje! Ze lopen prima en zijn nu water- en sneeuwdicht; de gevreesde asfalt-blessures zijn (nog) niet opgetreden. Mijn meest geslaagde uitrustingsstuk is de dassen-poncho. Ik heb mijn superlichte fleece das (150x25) uitgebreid met een fleece lap van 150x30 die ik er met klittenband half aan vast maak. Zo heb ik een warme poncho onder mijn jack (150 gram) als we buiten moeten rusten. Als het kan nemen we middagpauze van ongeveer een uur in een café en soms nog een korte koffiepauze. Maar de halft van de tijd is er geen café en zitten we buiten te kleumen. Soms biedt een muurtje van een kerkhof nog enige beschutting. We zijn in een gebied waar men vaker pelgrims ziet, al zijn we dit jaar de eersten.

Bed en maal
We lopen inmiddels al niet meer met z'n vieren. De wensen en verwachtingen zijn te verschillend. Ineke en Nel vertrekken wat vroeger, maar we zien elkaar elke avond en eten samen. Het bevalt ons prima want we kunnen zo veel meer onszelf zijn. Ook het dagelijkse evalueren doen we niet meer; het ontaardde te vaak in heftige discussies en soms in ruzie. Misschien kan dat alleen als je gevoelsmatig wat meer op één lijn zit, wie zal het zeggen. We maken nu alleen praktische afspraken. We willen lopen, niet discussiëren. We reserveren ons onderdak nog steeds 4 of 5 dagen vooruit en dat is maar goed ook. Veel gîtes zijn aan het verbouwen, of de eigenaar is ziek en/of heeft er geen zin in voor een nacht. Via het Office de Tourisme in de grotere steden krijgen we dan(telefonisch) adressen van eenvoudige hotelletjes en die jokken soms ook dat ze complet zijn. We zien het niet zitten om bij nacht en ontij nog eens 10 km of meer te moeten lopen om een bed te vinden, als dat al zou lukken. Het is fijn om te weten dat aan het eind van de dag een bed en een maal op je wachten.

(inhoud)