home deel 1 deel 2 deel 4: Gobi foto's 1 foto's 2 links




DE BLAUWE HEMEL VAN MONGOLIË

Deel 3: Gobi woestijn

wo 11-9 schransen in Ulaan Bator
Vorig jaar was ik op deze datum in Ierland op het heel kleine, ruige en afgelegen eilandje Inis Meáin, één van de Aran Eilanden voor de kust van Ierland. Het was prachtig weer en we hadden met blote benen aan het strand gepicknickt. Daarna liepen we het eilandje (3 x 5 km) rond. We kregen via de radio van een dragline het bericht van de aanslag door, maar iedereen, ook de man van de dragline, dacht dat we het verkeerd begrepen door de slechte ontvangst. Precies het omgekeerde als lang geleden bij het hoorspel "The War of the Worlds" van Orson Welles. Toen geloofden veel mensen dat de Marsmannetjes waren geland. Zelfs toen we in de enige pub kwamen en het op de grote tv zagen, dachten we nog aan een rampenfilm.
Gisteren was de laatste loopdag, naar Tarialan. Daar moesten we afscheid nemen van onze nomaden-begeleiders Bahtsuk en Janjuk Dorje en van de honden. Cathalijne vertelde later dat de honden nog een stuk achter de jeep waren aangerend. Ik mis ze nu al. Een van de NKBV wandelaars schijnt een Mongoolse hond naar Nederland te hebben meegenomen, maar ja, dat vind mijn poes Neçla nooit goed.
Maar laat ik beginnen met de prachtige sterrenhemel die ik zag op dezelfde plek als een week geleden, vlak naast die grote staande steen. Om 07.15 moest ik er al uit; de diarrhee lijkt over te zijn. En daardoor zag ik hoe de bergen aan de overkant van de vallei langzaam rood werden. Dat waren de bergen waarin wij gewandeld hebben en heel in de verte kon je de witte huizen van Tarialan zien liggen, 25 km ver!



Ontbijt met thee, brood kaas etc.

Ans kreeg van de Mongoolse maakster haar 2 traditionele jassen, een korte koningsblauwe en een lange donkerpaarse (del). Prachtig!

Met een ceremonie met een beker melk werden ze ingewijd.

Daarna gingen we per jeep naar het vliegveld, waar de bagage toch 50 kilo te zwaar was voor onze 10 personen. Dat was vast een hele slechte weegschaal!

Daarna per jeep naar de markt, nadat Rik ons op het hart gedrukt had dat we om 14.00 uur terug moesten zijn bij de jeeps. De markt was heel kleurrijk en natuurlijk werden wij bekeken en toegelachen, maar niemand was opdringerig. Renske kocht prachtige brokaat voor een jasje en om niet te verhongeren kochten we chocoladekoekjes en limonade. Ik kocht nog 5 felblauwe Boeddhistische shalwtjes voor 500 Tgr. per stuk. Ze zaten aan de rol en werden afgeknipt. Er was nog een vrouw met een aparte hoed op, die zei dat ze een "business woman" was. Dus kocht ik van haar een kilo appels.Eerder had ik al servetjes gekocht; de wc-rol leek me te glad (bleek later niet het geval en zo'n rol gaat in Nederland nog 2 weken mee want er zit geen tunneltje in en het papier is zeer stijf opgerold).
We liepen door een hal met vlees en zelden heb ik mijn adem zo lang ingehouden. Hier en daar zag je een halve geitenpoot op de straat liggen. Een groepje mensen zat te lachen en iets te bekijken. Toch geen hanengevecht, hoopte ik. Nee hoor, BINGO! Of we mee wilden doen. Ze speelden met heel oude geplastificeerde briefjes waar ze steentjes of snippers van sigarettendoosjes op legden. Het ging vliegensvlug.
Ondertussen keiharde muziek, veel motorfietsen met zijspan en prachtige houten karren met boomstammen erop. "Hoi" riep iedereen tegen ons (of woorden van gelijke strekking). Op naar Mongolië Telecom dat een telecommunicatie netwerk aanlegt met steun van Kreditanstalt fuer Wiederaufbau. Op een plaat kun je zien hoe je straks vanuit een Ger naar de hele wereld kunt bellen (beursberichten? prijs van yakboter of marmottenhuiden?). Op het plaatje loopt vanuit zo'n nomadentent een oneindig spoor van houten telegraafpalen de wereld in. Ik denk dat het project het zal worden ingehaald door de mobiele telefoon, hoewel? Netwerk? Via satelliet? We zullen zien.

No connection!
Maar e-mailen ging niet. "No connection" bleken de enige Engelse woorden bij Mongolië Telefom. Bellen lukte enkelen van ons wel, in een cel, via de telefoniste. Er zat vertraging in de verbinding en het was in Nederland 7 uur in de ochtend. Renske kreeg verbinding met haar vriend en werd weer afgebroken. Zij zou later ook e-mailen, zelfs eens via een Koreaans kantoortje in Ulaan Bator. Knap hoor! Ik heb het maar gelaten, want daar word ik maar zenuwachtig van. Het thuisfront is er wel aan gewend dat voor mij "geen nieuws is goed nieuws" geldt. Ik ben al blij dat ik vanuit Uffelte met mobiele telefoon en laptop kan mailen; ik moet het noodlot niet tarten. Zal ik zo'n blauw shawltje thuis aan het computertje binden?
We moesten nog een poosje wachten. Enkelen hadden al in het restaurant van gisteren gegeten; ze mochten zelf in de keuken aanwijzen wat ze wilden. De rest ging vóór 2 uur ook nog even; ik niet. Had i
k altijd maar zo weinig honger. Daarna per auto naar het vliegveld waar het vliegtuig maar 1 uur was vertraagd. Een ijverige jongeman meteen brutaal smoeltje hielp ons op weg; om de een of andere reden kregen we voorrang. In het vliegtuig natuurlijk weer herrie, maar je went eraan. Nu zag ik dat we vlak langs het enorme zoutmeer Uvs Nuur vlogen. Het lijkt wel een zee, maar het is 5x zo zout. Volgens Rik ontstaan zoutmeren doordat ze geen afvoer hebben en het water dus indampt.

In Ulaan Bator gingen we naar een hotel, dat eigenlijk een studiecentrum was. We hadden eenvoudige maar schone kamers en goede bedden! Hoera! De doucheslang van kamer 9 liet bijna al het water door en dus moesten Renske en ik allerlei trucs verzinnen. Ik zette gewoon de schakelaar om naar de kraan en hurkte daaronder. Het was fijn om jezelf, je haar en je kleren te kunnen wassen. Het was al na 20.00 uur maar we konden vlakbij terecht in een Italiaans restaurant "Della Casa", waar we als wolven op salades, pizza's en ijs aanvielen. Ria zocht een lekkere rode wijn uit, een Merlot geloof ik. De bediening was heel goed en het eten was heerlijk. Ik nam een pittige Tex Mex pizza, met gebakken bacon en rode peper. Dat moest ik later bezuren, want de diarrhee was toch niet over. Maar dat wist ik van tevoren en ik had het ervoor over.
De volgende dag zouden we vrij hebben en Ans had Tuxa ingehuurd om ons te begeleiden. Ik was van plan om in elk geval een Kashmere truitje voor mezelf en snuiftabak met flesje van Agaat en brocaten hoesje voor Frank te kopen. En dat zou me ook lukken.

Het is best lang geleden dat ik zulke avontuurlijke reizen heb gemaakt en dat merk ik wel. Maar tot mijn verbazing smaakt deze ervaring naar meer. Ik dacht dat ik niet meer zo'n behoefte had aan dit soort avonturen. Vanaf mijn leren bank naar National Geographic en Discovery kijken en wandelreizen in bijvoorbeeld Ierland en Noord-Teneriffe, met comfortabele onderkomens, leek me na mijn 60ste wel spannend genoeg. Dus niet. Dat gaat me mijn spaarcentjes kosten. Volgend jaar misschien niet mijn pelgrimstocht afmaken maar lopen in de Centrale Balkan en in de toekomst misschien weer Zuid-Turkije in de winter en Oost-Turkije in de zomer? Zeker terug naar Mongolië en dan langer. Ach, misschien gaat het wel weer over.

do 12-9 Ulaan Bator: slapen in een echt bed en douchen!
Onze eerste nacht in Ulaan Bator. We hebben allemaal heerlijk geslapen in een echt bed! Wat een feest. De meesten hebben ook lekker gedoucht. Er was heerlijk warm water. Jammer dat op onze kamer de douche nauwelijks fungeerde. De slang was zo lek als wat en het water bereikte de douchekop gewoonweg niet. Maar niet getreurd…er was warm water en een wasbak die net niet van de muur af viel. Zo kun je ook schoon worden en je haren wassen.
Het hotel blijkt een 'research and trainingscenter'te zijn. We zien ook groepen mensen in zalen zitten, een soort colleges lijkt het wel. Later begrijp ik van rik dat het een scholingscentrum van de vakbeweging is, waar ook hotel faciliteiten bij zijn omdat Mongolië zo uitgestrekt is.
We hebben afgesproken de dag met ons allen door te brengen omdat Tugsoo beloofd heeft ons vandaag de stad te laten zien en te gidsen. Maar voordat ze komt moeten we eerst ergens een ontbijt te pakken zien te krijgen. Tja en dan ben je toch wel echt voor het eerst in Mongolië zonder gids of tolk…zie maar eens te uit te vinden wat die rare kreten op gebouwen betekenen. Wat staat daar nu en als t op een restaurant lijkt kun je er dan wel ontbijten? Na wat zoeken strijken we ergens neer waar we in ieder geval mensen zien eten. We vinden daar echter alleen vleesgerechten, warm. Nee, geen ontbijt voor onze Hollandse magen. Dus besluiten we alleen koffie of thee te nemen. Nu ja koffie, het heet zo maar het is beslist niet wat je in Nederland gewend bent. Slap en mierzoet…brrr.
We ontmoeten Tugsoo in de hal waar we e-mail adressen met haar uitwisselen voordat we op pad gaan.

Tugsoo wil ons als eerste meenemen naar het grote klooster in Ulaambator. Daar is iedereen erg trots op. We willen echter ook eerst een bank; er moet gewisseld worden. Dan volgt er dus wat heen en weer geloop en gekakel…er wordt niet echt besloten, degene die het hardste of het eerste roept krijgt gewoonlijk haar zin.
Het klooster is mooi. Ik zie veel overeenkomsten met de kloosters in Tibet, maar ik vond ze daar toch veel indrukwekkender en authentieker. Klooster daar zijn groter, er wonen veel meer monniken en ze zijn ook wat verschillend qua inrichting en schilderingen. Maar in grote lijnen kun je zien dat de kloosters hier toch tot dezelfde boeddhistische stroming behoren. Boeddhisten in Mongolië volgen ook de Dalai Lama.
Na het klooster bezoeken we het Feng Shui winkeltje van de broer van Tugsoo. Een erg luxe boetiek met snuisterijen en hebbedingetjes. Voor Mongoolse begrippen erg duur en luxe zo'n winkel. Terwijl iedereen daar loopt te neuzen en wat aan het kopen is loop ik terug naar het hotel. Het duurt me te lang daar en ik moet nodig een toilet bezoeken; ik ben bang dat het mijn beurt is voor diarree. Ik tref de rest weer in de winkel. Ze zijn nog lang niet klaar. Ik koop er zelf ook nog een paar souvenirs waarvan ik de kristallen het mooiste vind. Deze kristallen hang je voor het raam waardoor in de ochtend het eerste de zon je huis binnenkomt. Door de breking van het licht krijg je mooi licht en mooie kleurend naar binnen die zouden zorgen voor goede positieve levensenergie in je huis. Ik koop er twee. Een voor mezelf en een voor Tom. Helaas laat een klier van een douane ambtenaar die op zoek was naar illegale souvenirs er bij de terugreis op het vliegveld een kapot vallen.
We gaan lunchen. Tugsoo neemt ons mee naar haar favoriete Chinese restaurant. Het groepsgedoe begint hoogtij te vieren nu. Ik moet verdorie mijn best doen om gewoon voor mezelf iets te bestellen. Men vindt dat we best samen gerechten kunnen nemen…maak ik zelf wel uit. Ik heb allang gezien wat ik lekker vind en wil dat gewoon proberen. Ik begrijp dat soort dingen nooit en ik zal me daar altijd tegen blijven verzetten. Wat maakt het in godsnaam uit wat ik bestel???

Na de lunch gaan we de department store in. Een groot staatswarenhuis waar je het beste souvenirs zou kunnen kopen. Er is inderdaad een hele souvenir afdeling, maar ik vind hem schreeuwend duur. Ik koop er een flesje voor snuiftabak en wat ansichtkaarten en kleine geschilderde ansichtkaarten. Het blijkt vervolgens nog een hele toer om voor die laatste enveloppen te vinden. Uiteindelijk vind ik er een paar, allemaal verschillend van formaat, op een boekenafdeling. Postzegels zijn nergens te krijgen. Daarvoor moet je de dicht naar het hoofdpostkantoor ondernemen. Dat vind ik nou zo heerlijk…zo in zo'n totaal vreemde stad rondscharrelen, de taal niet spreken maar toch langzaamaan met handen en voeten duidelijk weten te maken wat je wilt om zo stukje bij beetje de stad te ontdekken en te vinden wat je nodig hebt.
Hennie en ik zoeken een souveniertje uit voor Tom. Hennie wil hem wat geven omdat ze het zo heerlijk vindt dat ze mee kon rijden. We zoeken een paar vilten sloffen uit met een blauw motief erop en van die typisch Mongoolse omhoog gekrulde neuzen. Ze zijn leuk. Tom zal er later blij verrast mee zijn. Ze staan nu in zijn vensterbank te pronken. Hij wil ze eigenlijk ergens aan de muur hangen.
Ik onderneem de toch naar het postkantoor en haal daar mijn postzegels. Onderweg zie ik verschillende internet cafeetjes. Handig om te weten! We verzamelen later allemaal op het plein voor de department store. Iedereen duikt daar nog het warenhuis in voor water, snoepjes, wetties en dergelijke.

Daarna duikt een deel van ons het terras op bij Chez Bernard, de European bakery. Kijkt dat klinkt hoopvol zo'n naam! Dit beloofd een bekend ontbijt voor morgenochtend! De rest onderneemt ook nog een tocht naar het postkantoor.
Ik merk wel dat ik wat geïrriteerd raak door het chaotische gebeuren. De hardste giller drukt gewoonlijk haar zin door. "We gaan dit en we gaan dat" zonder echt overleg en zonder dat nagegaan wordt of iedereen het er mee eens kan zijn. Ik zou geloof ik liever op mezelf gaan. Maar het verschil met onderweg tijdens de toch vind ik wel opmerkelijk. Daar heb ik dat helemaal niet.

Na het terras gaan een aantal terug en een aantal gaan naar het internetcafé. Ik dicht daar een ellenlange mail aan Tom, maar toen ik die wilde versturen was de connectie weg…later blijkt dat er in heel de stad geen verbinding met het internet meer zou zijn. Grrrrr…dan wil ik hem maar printen. Gelukkig had ik een voorzienige blik en had ik de mail eerst opgeslagen. Ik dacht dan stop ik hem in een envelop en stuur hem naar Tom. Helaas, ook de printer blijkt niet aan de praat te krijgen. Tja en dan blijkt dat systeembeheerders overal op de wereld hetzelfde zijn. Je krijgt een eigenwijs jochie aan je pc die wat indrukwekkend op knopjes zit te klikken en schermpjes opent. Hij wil zelf de printer wel opnieuw installeren. Ook dat werkt niet. Dan zegt ie daarna in gebroken engels 'sorry, printer no work today' Tja dat had ik ook al gezien, daar heb ik geen systeembeheerder voor nodig. Kan ie het bestand dan voor me op een flop zetten? Nee, die kan ie niet vinden… Later bij mijn volgende bezoek aan Ulaambator trek ik express mijn microsoft T-shirt aan. Wellicht maakt het voldoende indruk om te denken dat je deze mevrouw niet zomaar wat wijs moet maken.

Na een uur ga ik terug naar het hotel. De anderen gaan uit eten. Ik blijf thuis. Ik heb behoefte om even alleen te zijn, wat spullen te wassen en zo. Dan blijkt dat Yvonne de sleutel van onze kamer is kwijtgeraakt, dus wil ik ook op de spullen passen. Als Yvonne later terug komt ga ik er nog even op uit. Ik ga op zoek naar een internet café en een telefoon. Beiden mislukken. De provider ligt er nog steeds uit en Tom is niet thuis. Ik spreek zijn antwoord apparaat in. Ik kan hem nu immers niet meer spreken of mailen voordat we terug zijn uit de Gobi. Ik vind het wel leuk om even op mezelf door de stad te sjouwen. Het is hier elf uur s avonds. Het postkantoor is wel open, maar alleen het telecom gedeelte. Het is er spaarzaam verlicht en er zijn niet veel mensen. Van buitenaf gezien denk je dat het dicht is, maar gelukkig zag ik mensen in en uit lopen. Op het postkantoor zijn gelukkig behulpzame mensen waarvan er een een paar woorden engels spreekt. Bellen naar het buitenland is daar zo simpel niet hoor. Je moet eerst naar een loket waar je een aantal belminuten moet kopen. Simpel toch, maar voor je dat uitgevonden hebt (er zijn daar echt geen engelse opschriften hoor) ben je al aan een paar verkeerde loketten geweest. Dan moet je met je briefje naar een andere hal waar je het afgeeft aan een telefonist. Dan kun je gaan zitten wachten op een bank totdat jouw gesprek wordt afgeroepen. Maar ja, hoe weet je nu wanneer ze jouw gesprek afroepen? Dat Mongools heeft echt geen enkele herkenbaarheid voor ons. Gelukkig beseffen ze dat ook, dus ik wordt in de gaten gehouden en op tijd naar een telefooncel gedirigeerd. Maar helaas Tom niet thuis. De telefoniste praat wel engels en ze probeert het een paar keer voor me. Geen verbinding en ik mag het antwoordapparaat niet inspreken. Tja, ik maar terug naar het loket van de telefoniste. Daar wordt wat afgetekend op mijn briefje. Ik raad op goed geluk dat ik daar mee terugkan naar het eerste loket. Jawel, dat blijkt te kloppen. Ik krijg mijn geld terug.

Op de terugweg valt mijn oog op een bordje bij Leo's café: international calling! Ik ga vol goede moed naar binnen in de hoop dat Tom net thuis is gekomen. Het is in Nederland nu ongeveer 5 uur. Weg gepropt onder een trap is een heel klein kantoortje achter een loket. Er past precies een plank met een telefoon en een teller in, een krukje met een juffrouw daarop. Gelukkig zijn mongolen niet zo groot. Zelf mag je plaatsnemen op een piepklein krukje voor een loket. Ze spreekt geen woord engels maar een telefoonnummer op papier doet wonderen. Nadat ze een paar maal het nummer verkeerd heeft ingetoetst krijgt ze verbinding, maar ze snapt niet dat ze een antwoordapparaat aan de lijn heeft. Haar baas komt erbij (Leo?) en hem lukt het wel. Ik mag even het antwoordapparaat inspreken. Na 3000 tugrik betaald te hebben kan ik weer naar buiten. Wel blij dat ik in ieder geval het antwoord apparaat heb ingesproken.
Buiten zie ik een triest tafereel. Overdag had ik hen al rond zien hangen en bedelen bij Chez Bernard. Zwerfkinderen. Ik weet dat dat een groeiend probleem is in Ulaambator. Ik zie een paar jongens via putten aan de rand van het trottoir in en uit het riool klimmen. Ik begrijp later dat ze daar wonen.

vr 13-9 ontbijt bij Chez Bernard - hotseknotsen in de jeep
Ulaan Bator, the big city. Om 08.00 uur acte de présence om te gaan ontbijten - op z'n Europees - bij Chez Bernard. Ans gaat niet mee, gevoelsmatig teveel gehaast om op tijd terug te zijn voor de tocht naar de Gobi. Iedereen enthousiast terug, heerlijk ontbeten en klaar voor het volgende traject. Drukte met de bagage > wat moet mee, wat blijft achter? < en in alle haast kan Yvonne haar kamersleutel niet vinden. Vervelend maar uiteindelijk opgelost. Met 2 jeeps naar het huis van Rik waar we zijn schoonmoeder, een schoonzus en een neef ontmoeten. Onze kok, Bayra, hebben we al een week eerder ontmoet met de vorige groep. Zij gaat nu met ons mee de Gobi in. Op z'n Hollands koffie drinken, schaal koekjes erbij, niet duidelijk wat de bedoeling is. We kijken wat familie-foto's van Rik, spelen met de poedel, uiteraard een toiletstop voordat we weer op pad gaan. Rond 12.00 uur gaan we naar beneden, het gaat nu echt gebeuren. Rik's schoonmoeder gaat mee niet zo zeer om ons uit te zwaaien zoals wij dat kennen. Zij loopt even later prevelend, met een kommetje in haar hand waarmee ze een melkachtige substantie in de richting van de jeeps sprenkeld, de jeeps (en onze tocht) te zegenen. Nog wat geregel hier en daar en off we go. Zo'n 20 min. later zijn we echt de stad uit en nog eens 15 min. later > einde verharde weg. Dat wordt hotseknotsen voor de komende 8 dagen. Volgens Rik zullen we de eerste 2 dagen vnl. doorrijden.



.


Eindelijk de Gobi

We passeren wisselend landschap, stukken waar nog redelijk veel groen te zien is. Het is heiïg wat het laaggebergte een surrealistische aanblik geeft. Qua wild zien we; wollige veldmuisjes die een soort russische roulette met de jeeps spelen, buizerds en steppe-arend, vossen, marmotten en zwaluwen.Het wordt steeds stoffiger, vlakker, dorrer en rond 20.00 uur zetten we kamp op, vlakbij een bron. Regelmatig zullen we een bron zien, de waterplaats voor het vee, welk er vaak in kuddes omheen loopt en leuke taferelen schept. In totaal 280 km. gereden.
De jeep van Opa is stuk, de radiator, dat wordt dus regelmatig stoppen om water bij te vullen. Bayra heeft het goed voor elkaar v.w.b. de maaltijden, je merkt dat zij dit vaker gedaan heeft. Voor vanavond chinese noodlesoep, kant en klaar in bakjes, erg smakelijk. Rik heeft ook wat drank aangeschaft en we nemen gezellig een borrel voor het slapen gaan.

za 14-9 langs de lama's naar de Gobi
Ontbijt met een opkomende maar nog weinig krachtig zon. Kwart over negen alles in de jeeps, opa's jeep heeft nog steeds een lekke radiateur en het is het plan deze te laten repareren.We rouleren in de verschillende jeeps omdat en de jeeps en de chauffeurs van verschillende kwaliteit blijken te zijn, alleen de evenwichtigheid in getal moet nog even geoefend worden.
Het steppenlandschap is heuvelachtig, met vrij veel kudden schapen, geiten,paarden en met af en toe een Ger.
De paarden zijn een soort statussymbool voor de Mongoliërs, ze hebben er vaak meer dan nodig is voor de paardemelk, het berijden en de handel.

Na een uur hopsen rijden we Erdan Dalay binnen, we worden afgezet bij de dorpstempel waar een twinigtal lama's zowel jong als oud gebeden aan het opzeggen zijn.
We hebben volgens gebruik linksomlopend eerst de buitenkant bekeken en daarna de binnenkant. Het kleine dorpje bekeken, opvallend waren de vele winkeltjes met dagelijkse voedingsmiddelen,daarnaast nog een slager ontdekt en een ruimte met een poolbiljart en tafeltennistafel.
Er staat op de school een grote luidspreker waar naar ik vermoed vroeger propaganda mee gemaakt is door de Russen.. Het bleek later de radiozender te zijn die via de luidspreker te horen was.
Cathalijn heeft de school bezocht en is rondgeleid door een zeer vriendelijke lerares, de kinderen zijn op zaterdag vrij en dus jammer genoeg niet aanwezig.

Om 11.45 was de auto min of meer gemaakt en we vertrokken naar het niets,om de gebruikelijke tafellakenlunch met zon en wind om half 3 te gebruiken. We passeren de grens van midden- naar zuid-Mongolië wat een oppervlakte heeft van 3 maal Nederland met zo'n 70.000 inwoners
Op de hoogvlakte is er steeds minder begroeiing van "polletjes" (de afstand tussen de pollen geeft de droogte van het gebied aan, de oppervlakkige wortels scheiden een chemische stof af om de benodigde oppervlakte te beschermen), verder zien we hier af en toe windhoosjes met stof. Het volgen van de verschillende sporen en het acherhangende stof van de jeeps is fascinerend.
We zien weer veel paarden en geiten,met af en toe enkele kamelen als zwarte silhouetten aan de horizon.
De route gaat naar Mandelovo om daar benzine te tanken,om vijf uur hebben we een tank gevonden,maar nu nog de beheerder zoeken,het tankpunt blijkt te zijn verplaatst naar een nieuwe plek.Tanken is hier nog behoorlijk arbeidsintensief 2 tanks per jeep en dan met de hand pompen, de chauffeurs helpen dan ook mee.
We stappen in om over de eindeloos lijkende hoogvlakte met nog een enkel bloemetje en wat graspollen het laatste traject van ongeveer 80 km te rijden naar een kampeerplek.het wordt en hobbelige dag, maar dan staan we ook bij en kreupelbosje op een plateau waar slangen zitten.We zetten de tenten aan de voet van het rode plateau (Bajem Jack)Cathalijn en ik zijn het erover eens eerst een welverdiend biertje te nemen en dan pas de tent op te zetten in de gloed van een prachtige zonsondergang………..
De chauffeurs en de kok Bayra gaan eten koken,als afsluiting van een lange rit om een eind de Gobi in te komen en dat is gelukt.

zo 15-9 rode rotsen, een oase en fata morgana's in de Gobi
Het is een warme nacht geweest, iets wat we toch niet al te vaak kunnen zeggen. De enige nacht dat ik het voeteneind open geritst heb. Het heeft de hele nacht flink gewaaid. Dat was goed te horen, omdat er iets aan de tent klapperde. Ondanks dat heb ik goed geslapen. Dat kan eigenlijk ook niet anders na die flinke neut wodka gisteravond met Ans. En dan om 7.15 uur weer op. Hoe ik altijd zo keurig op tijd wakker werd ga ik niet verklappen. Het was wel een heel mooi plekje waar we stonden. Na het inpakken en inladen wilde ik met Cathalijne en Ria de jeep van opa in. Net toen Ria voorin wilde stappen, werd ze door Rik naar een andere jeep verwezen. Wij kregen het meisje (ik ben slecht in namen) voorin. Leuk vonden we dat niet, ook niet dat ze voorin ging zitten. Dat was tegen de afspraak. Dus bij de eerste stop ging Cathalijne voorin zitten. Het was een mooie rit door vlak landschap met luchtspiegelingen. Gisteren hadden we ze ook gezien en ik vind dit echt wonderbaarlijk.




We kwamen na een poosje bij een gebergte waar rode rotsen van zandsteen waren. Ze staan bekend als de Red Cliffs" van Bayanzag. Het was een vreemde formatie die best hoog was.

We beklommen de rotsen en hadden een mooi uitzicht. Er groeiden zelfs nog plantjes op met mooie kleuren.
Aan de achterkant was een zandhelling waar ik naar beneden gelopen ben. Natuurlijk nam ik nog een overzichtsfoto.
Toen ik naar de jeeps terug wilde lopen zag ik een gekko bij een struikje zitten. Ik was weer geheel verdiept in het beest op de foto zetten, want toen ik opkeek werd er geroepen en gezwaaid naar me.
Vervolgens gingen we naar een oase om groente en fruit te kopen. Er waren een aantal zeer opdringende kinderen, die ons groente probeerde te verkopen. We zagen pepers en paprika's groeien. Er lagen veel uien te drogen in de zon. Ook was er een ger met een windmolen ervoor. Van zo dichtbij had ik dat nog niet gezien. Grote zakken uien werden met een handweegschaal met een grote haak eraan gewogen. Een van de chauffeurs zag een mooie motor staan en mocht er stoer een rondje op rijden. Het was heel kaal rond de oase en ik zag een paal staan. Nieuwsgierig liep ik er heen en er bleek een basketbal bord aan bevestigd te zijn. In de verte op de heuvelrug zag ik zoveel sporen naast elkaar, dat het wel een 12 baans weg leek. Het was een heel mooi gezicht.
Na alle inkopen gingen we verder naar onze lunchplaats. Na een uurtje rijden stopte opa. Hij wees in de verte en jawel, we zagen antilopen Voorzichtig uitgestapt en wat in hun richting gelopen. Eerst maar op de foto en dan kijken of ik dichterbij kan komen. Ze hadden me in de gaten en zetten het op een lopen. Het was leuk om ze te zien.

De eerste jeep was doorgereden, dus enkele hadden pech gehad. Na een poosje gestopt bij een ovoo. Heel in de verte kwam een ruiter aan, bekeek ons bij het passeren en verdween weer. Het landschap was kaal. Na nog een stukje rijden kwamen we bij onze lunchplek aan. Het was een mooi plekje tussen de bergen. Vanaf hier zijn we gestart met onze wandeling door de kloof. Ik had wat foto's van de omgeving gemaakt en was juist mijnlenzen aan het verwisselen, toen Ria ons vroeg om te draaien voor een groepsfoto. Dat deden we natuurlijk. Hierna kon de wandeling beginnen. Het startpunt had een mooi uitzicht tussen de rotsen door op een vlakte met een ger en schapen.
Rik en de jeeps zouden ons over 90 min. aan het einde van de kloof bij de waterput weer ontmoeten. Het was lekker wandelweer. Warmer dan de afgelopen dagen. We zagen gieren rondvliegen en ze zaten op de rotsen. De rotsen waren grog van vorm en naar het einde van de kloof toe wat glooiender. Rik had verteld dat er een rots op een liggende kameel leek. Deze hebben we inderdaad gezien. Er lagen mooie stenen en ik heb er een aantal meegenomen. Ik merkte trouwens dat ik mijn lenskapje van mijn telelens kwijt ben. Waarschijnlijk ligt het ding bij de start van de wandeling, daar waar de groepsfoto gemaakt is, op de grond. Er waren ook mooie bloeiende plantjes te zien. Soorten, die we nog niet eerder gezien hebben. Ans en Cathalijne wilden eens iets anders op de foto en stortte zich op de plantjes als echte natuurfotografen. Inmiddels was het toch wat kouder geworden. De wind stak op en ik voelde regendruppels. Juist toen we als laatsten bij de waterput kwamen, zagen we de jeeps. De rit ging verder door valleien. Weer fata morgana' s gezien. We dachten echt 2 grote meren in de verte te zien, maar toen we dichterbij kwamen waren ze er niet. Later bleken de anderen ze ook gezien te hebben. Wat een geruststelling. De jeep kreeg problemen met het water. Er moest bijgevuld worden. Gelukkig waren er 2 jerrycans water mee. De laatste jeep was ons nog niet gepasseerd en we zagen niets, dus omgekeerd om te zoeken. Even later kwam hij eraan. Na een poosje nogmaals problemen. De jeep moest zelfs aangezwengeld worden. Als laatsten kwamen we bij de ruines van een oud klooster aan. Ik vond het niet veel voorstellen. Ben me maar gaan verdiepen in het zoeken naar archeologische stenen. Die zou je hier wel kunnen vinden volgens Rik. Nou, Hennie heeft wel wat gevonden, ik niets bijzonders. Ging bij Cathalijne op een muurtje zitten en zag het dubbele gewei van een wilde geit. Cathalijne wilde het wel meenemen voor de buurman. Het was best mooi, maar wel de vraag of er geen problemen bij de douane zouden ontstaan. Die gok nam ze maar. Het was het proberen waard.

Een schaap wordt op humane wijze geslacht
Rik en de chauffeurs wachtten tot de nomaden van de ger terug waren. De ger stond vlak bij de ruïnes en ze wilden een schaap kopen voor de slacht. De chauffeurs hadden al 3 dagen geen vlees gehad en dat kan een Mongool blijkbaar niet aan. Bij de thee wordt dan onderhandeld of de nomaden een schaap aan hen willen verkopen en de prijs.
Het was gelukt. Maar nu eerst terug de kloof door naar onze kampeerplek. Bij de kloof uitstappen en lopend verder. De jeeps kwamen achter ons aan en het zou iets spectaculairs worden. Natuurlijk kwamen we weer achteraan, want er moest weer gezwengeld worden. Wat een ellende die jeep. Ik zag een verkeersbord "verboden in te rijden" en vond dat wel een hele rare gewaarwording op zo'n plek. Achteraf begreep ik waarvoor. Juist, je kon in de kloof niet passeren. We gingen de jeep uit en moesten op het smalste punt door het water lopen. Toen kwamen de jeeps erdoor. Ze pasten maar net. Het was een mooi gezicht. Daar rond gekeken en foto's gemaakt. Ria is omhoog geklommen en liet zich op de foto zetten. Later merkte ze dat ze hier haar camera heeft verloren. Hoog in de rots was een plek vol vogelpoep waar een lammegier jaarlijks zijn nest heeft.
Vervolgens verder naar onze kampeerplek. Het was een vlak stukje, ingeklemd tussen 2 rotsen en een riviertje. Juist toen we de tent aan het opzetten waren stak de wind op, waardoor de buitentent bijna weg woei. Gelukkig kwam Ria helpen vasthouden. De haringen wilden de grond niet in. Tenminste, ze kwamen er net zo snel weer uit. Dan maar vastzetten met grote stenen. Veel tijd om mijn spullen uit te pakken was er niet.

Rik hield een bespreking. Eerst besproken wat we morgen gaan doen. Vervolgens wie er mee gaan naar het slachten van het schaap. Wie niet mee ging kon eerst gaan eten. Er was al wat gekookt. De anderen aten bij terugkomst. De niet achterblijvers vonden dit toch wel vreemd, omdat er zeer regelmatig zeer laat werd gegeten. En nu zou het dan in 2 ploegen gaan. Wordt ons eten dan opgewarmd of wordt er vers gekookt? Het riep nogal wat vragen op waar we geen informatie over kregen. Rik heeft uitgelegd dat dit een vlees etend land is en schapen slachten bij de cultuur hoort. Het gebeurt op een heel humane wijze door het dichtknijpen van de aorta. Dat is dus beduidend anders dan bij moslims. Het is niet bloederig. De film Urga laat het zien. Een van de chauffeurs is nomade geweest en kan goed slachten. Hij zal dat doen. Het schaap kost T18000 En als we de huid verkopen in Ulaan Bataar dan krijgen we nog T5000 terug. Schapenvlees behoort tot het basisvoedsel. Ria, Renske, Cathalijne, Yvonne, Rik en Helga gingen mee. Op weg daarheen eerst nog in de kloof naar de camera van Ria gezocht. Niets gevonden. Verder naar de ger. Binnen gewacht tot het zoontje de kudde bijeen gedreven had bij de ger. Het waren schapen en geiten. Het zag er heel modern uit binnen met mooie wandkleden en vloerbedekking. Eenvoudige, maar mooie spullen. Ook de nomaden zagen er keurig uit. Ze hebben een zoon en dochtertje van 3 jr. We kregen zoute thee zonder melk, want die was op. Intussen had de chauffeur de messen geslepen. En toen moest er een schaap uitgezocht worden. We liepen om de kudde heen en ik vond dat heel moeilijk. Gelukkig ging de jongen de kudde in en greep een schaap. De vader nam het beest mee naar de zijkant van de ger waar de chauffeur het over nam. Het beest was snel dood. Heeft niet tegen gesparteld en we dachten dat het dus geen pijn heeft geleden. Onze ogen zijn niet allemaal droog gebleven. Dat viel toch wel tegen. In dit geval wel handig zo'n camera voor je ogen. Voor degene die niet mee gegaan zijn zal ik een uitgebreid verslag over het gebeurde besparen. Voor de anderen: op verzoek wil ik het beschrijven of je kunt de foto's bestellen.

Het duurde best wel lang en het begon koud te worden. Uiteindelijk lagen de bouten op de huid en werd de rest binnen bereid. Daar zijn we niet meer bij gebleven. We hadden het wel gehad zo. De jongen bracht de kudde weer weg. Wij gingen met de jeep van opa terug. Rik en de anderen bleven nog. Eerst wat warms aangetrokken en toen in de beschutting van de jeep gegeten. Een soort vlindermacaronisoep met salade. En watermeloen toe. Die wilde niemand. Ik associeer dat met warm weer en ga het niet in de kou eten. Bij onze kok wodka gehaald. Ze heeft mijn hele gele beker vol geschonken.. Nu kon ik Ans trakteren. Met wat nootjes erbij hadden we het gezellig in de tent. Omdat deze hoeveelheid wodka bij mij niet zo snel op is, had ik alle tijd om in mijn dagboek te schrijven. Intussen was de wind gaan liggen en had ik het niet koud meer. Het was een lange vermoeiende dag geweest.

ma 16-9 Yolyn-Am, de adelaarskloof en een verdwenen Japanner
We hebben de nacht doorgebracht op een prachtige kampeerplek, tussen de rotsen, aan een klein stroompje. Er zou die nacht door de chauffeurs een lynx gesignaleerd zijn die de koekjes heeft opgevroten, sporen zijn echter niet gevonden.
Gisteravond hebben we de schaapslachting meegemaakt: het sterven van het schaap, de uiteindelijke overgave aan het Niets, het onbekende, was een aangrijpende ervaring.
Tegen half negen ontbeten, een stralende zon, helder, een blauwe hemel. Een uurtje later lopen we de kloof in, de rivier door, dan zijn er heuvels, bergen waar we drie gers zien staan, een motorrijder tegen komen, vogeltjes zien en horen. Het is korte broekenweer , zon heerlijk stralend in het gezicht. Onderweg vertelt Renske een stukje van haar leven… de stemming is rustig.
Tegen 11.00 uur rijen de drie jeeps ons achterop, Helga zit er al in vanwege haar eerdere sanitaire stop, Rik en Baira hebben hun haren gewassen.
We rijden door tot ongeveer 2350 meter, een prachtig uitzicht, Baira, de drie chauffeurs lopen 3x linksom de ovo, Baira maakt een buiging…ze gooien er kleine steentjes op.
We rijden 45 minuten door en arriveren bij een zowaar toeristisch punt waar een hoop motoren staan ,je een paardje kunt huren, een groep japanners wordt waargenomen als ook een flink aantal jeeps.
We lunchen er schuin tegen een helling, dan de pas er in: redelijk moeilijk voorspelt Rik.



We lopen door een indrukwekkende kloof, de Yolyn Am, Adelaarskloof (of Gierenkloof).

Steile lichtbegroeide hellingen die boven ons uit torenen. In de winter is deze kloof geheel en al gevuld met ijs en sneeuw. We klimmen, struikelen over stenen, watervalletjes.

We zien hoog tegen de wand 5 berggeiten klimmen, fantastisch dat zij dat kunnen: één gaat voorop de anderen volgen. Zo gaat het bij ons ook: zonder gemekker
.

Baira volgt ons te paard. Rechtop zit ze, leuk om naar te kijken.
Bij een plek waar de kloof smaller wordt, zit een jonge Mongoolse vrouw soeveniertjes te verkopen: uit hout en steen gesneden kameeltjes, berggeiten en gieren. Sommigen kopen wat ter geruststelling van de anderen. Baira besluit om terug te keren.Op een open prachtige plek met veel zon en groen, strekken wij ons uit om te zonnebaden: Yvonne in de schaduw, Ria tegenover de groep: zo kan ze 't goed allemaal bekijken en beschouwen en zo het hare ervan denken. Maakt er overigens geen geheim van wat zij ervaart en vindt: dat is zo leuk aan haar: maakt je altijd deelgenoot….

Stilte….

Het beekje kabbelt, de zon brandt… je hoort de wind van verre door de kloof aankomen ruisen totdat hij onze plek binnenvalt. "Doe die deur eens dicht ! "roept Hennie enorm genietend van de warmte.
Ans krijgt het ook warm en gaat naast Yvonne zitten in de schaduw, samen gaan ze na een half uurtje alvast terug, de rest van de groep volgt na weer een half uurtje: valt een beetje tegen nu: verder dan we dachten, klauteren, licht stijgen, Ria begint te zuchten , daar waar de kloof zich verbreedt en uitwaaiert schiet Helga nog even plaatjes van drie koeien. Dan het hek uit wat officieel toegang verleent aan de kloof, en waar een WORDT GEZOCHT aanplakbiljet hangt met de foto van KIMOTO, een per motor verdwenen japanner. Rik had erover gelezen in een engelstalig krantje: "Rij maar door"had hij tegen andere groepsleden gezegd toen hij pech kreeg, "ik red me wel".. Nooit meer gezien en gehoord, hij noch zijn motor…
We bedenken twee mogelijkheden: òf hij is verdwenen om een nieuw leven te gaan leiden, òf vermoord, begraven onder een ovo, motor ingepikt, overgeschilderd.
Voorbij het hek is het toch nog een aardig eindje lopen naar het kamp: het is heet in de zon, we hebben er genoeg van en zijn blij als we het kamp zien liggen.
We ploffen neer bij de anderen, drinken bier en fris, Ans deelt nootjes uit en Rik zoutjes. Het is de eerste keer dat we zo, in de zon, met z'n allen zitten na een wandeling, heerlijk, echt vacantie, niets meer moeten, zonnetje, relaxen...
Je krijgt dan natuurlijk ook meteen een groepsgesprek: over de politiek geloof ik, over de liefde wat dat is…echte liefde…, over vasthouden en loslaten of iets ertussen in, over je aanpassen , de ander accepteren zoals hij/zij is, over emancipatie, de vrouw die alles moet kunnen, studeren en zorgen, persoonlijke groei. Is dat allemaal wel het hoogste goed ?

Ondertussen rommelen de chauffeurs voortdurend aan hun auto's: er wordt gesleuteld en gedaan, banden verwisseld. Baira slaapt op een achterbank. Af en toe rijdt een paardje voorbij met een Mongool erop, soms ook zie je een eenzame hond voorbij gaan die niet op of om kijkt
Na ongeveer 1,5 uur zetten we de tenten op. Helga moet bemiddelen tussen Ria en mij hetgeen zij heel goed doet door middel van een praktische oplossing die door beide meteen wordt geaccepteerd. We rusten in de tent. Bij de jeeps wordt de avondmaaltijd bereid: aardappelpuree met ingemaakte groenten, koek toe en veel meloenstukken waar eigenlijk niemand zin in heeft. Een nogal mager hapje vinden we, maar ja , het is ook wel weer goed, je hebt toch te eten ?
Ria probeert iedereen te mobiliseren hout en gedroogde yakdrollen te zoeken voor het kampvuur: Rik en Renske helpen mee, ondergetekende doet de opbouw..
Uren hebben we daarna naar het vuur gekeken, een prachtige avond, nemen een wodka, en nog eentje en daarna nog eentje…..
Tegen half 11 ligt iedereen weer op één oor, laat voor ons doen, ongelooflijk hé ?
Een geweldige dag.

di 17-9 verdwaald in een sneeuwstorm
Vroeg vertrek vandaag: 9.15 uur. Het is onaangenaam weer. Een grijze, grauwe lucht en het is ontzettend koud. We gaan eerst naar het museum vlak bij de adelaarskloof. Bij aankomst blijkt het nog dicht te zijn. Geen nood: de mevrouw van het museum wordt thuis even opgehaald. Ook de eigenaren van de souvenirwinkels hebben ons gezien en beginnen de handel klaar te zetten.
Het museum staat vol met opgezette beesten en stenen uit de omgeving. Na het museum doen we uitgebreid de souvenirwinkels. Het is te koud om buiten te blijven, laat staan om buiten stil te staan. Helga laat zich verleiden een bontmuts te kopen. Naar later op de dag blijkt, een buitengewoon nuttige aankoop.

Vervolgens rijden we naar Dalanzadgad, de provinciehoofdstad van Omnögov. Rik gaat boodschappen doen. Wij mogen de markt gaan bekijken, maar schieten het eerste het beste café in. Het is veel te koud om buiten rond te lopen. In het café hebben ze koffie, liptonthee en pannenkoekjes met vlees erin. Lekker warm. Na vijf kwartier kunnen we het niet langer uitstellen en gaan naar buiten, kopen gauw wat water, wodka, snoep, koek etc., en lopen naar het telecomgebouw waar we afgesproken hebben met de anderen. Ze zijn er nog niet; we wachten dus nog wat. Voor vertrek uit Dalanzadgad gaan we lunchen, de gebruikelijke maaltijd: rijst, salade en vlees. Rik moet nog een paar boodschappen doen en we brengen nog maar wat tijd door met wachten. Het is een echte wachtdag. In ieder geval zitten we warm.

Laat in de middag vertrekken we dan toch richting zandduinen. We rijden over een eindeloze kale vlakte. Je ziet alleen de stofwolken van de andere twee jeeps. Het begint te sneeuwen. Eerst wat kleine vlokjes, maar langzaam worden de vlokken groter en blijft de sneeuw liggen. Na enig zoeken vinden we de eerste zandduinen. De stoeren onder ons stappen uit en klimmen er bovenop om foto's te nemen. Het gaat steeds harder sneeuwen. Je ziet amper waar je rijdt. De auto van opa slaat voortdurend af en moet dan weer aangeslingerd worden, of als dat het niet is, moet er weer water bijgevuld worden. Het houdt ontzettend op. Tegen de tijd dat de auto het weer doet, zijn de andere twee jeeps volledig uit het zicht verdwenen en zit er niets anders op dan de sporen te volgen. Het is elke keer weer een opluchting als we de andere auto's weer zien. We rijden maar door, op zoek naar een ger. Het is zoeken naar een speld in een hooiberg.

Toch stoppen we af en toe nog voor foto's. Van zo'n kameel in de sneeuw moet toch wel een plaatje gemaakt worden, of van de mooie grote boom vol met sneeuw die daar ineens midden in die lege woestijn staat. Langzaam wordt het donker. Ondanks de sneeuw hebben we een prachtige zonsondergang. Zo mooi hebben we het nog niet gezien. Tegen een uur of half negen wordt de sneeuw minder. Een ger hebben we nog steeds niet gevonden. We stoppen uiteindelijk in een redelijk beschutte vallei en zetten de tenten op. De wind gaat gelukkig liggen. Nog even een snelle warme hap (rijst met rozijnen) en rond een uur of tien gauw de 'warme' slaapzak in, in de hoop dat het morgen beter weer zal zijn.

 

Naar boven Vervolg Naar homepage